**1.** De subsidieontvanger stuurt jaarlijks voor 1 mei een verantwoording in over het vorige kalenderjaar.
**2.** De verantwoording omvat een inhoudelijk en een financieel deel. De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een verslag over bereikte outcome, de processen om daar te komen en de activiteiten die daaraan bijgedragen hebben. Hiermee wordt aangetoond of, hoe en in hoeverre de gesubsidieerde plannen gerealiseerd worden.
**3.** De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting. Indien de subsidie gelijk is aan of hoger is dan € 125.000 per jaar, wordt de financiële verantwoording voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het Fonds vast te stellen protocol. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van de afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15, is van toepassing op de financiële verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening wordt vervangen door een exploitatierekening.
**4.** Het Fonds stelt nadere voorwaarden aan de inrichting van de verantwoording. Die nadere voorwaarden zijn terug te vinden in het Handboek Verantwoording Talentontwikkeling 25-28.
**5.** Om de inrichting van de administratie en jaarlijkse aanlevering van de gegevens zo soepel mogelijk te laten verlopen, biedt het Fonds de subsidieontvanger ondersteuning.
**6.** De subsidieontvanger werkt mee aan, of zorgt dat de accountant meewerkt aan onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden door een door het Fonds aan te wijzen partij. De daaraan voor de subsidieontvanger verbonden kosten komen voor zijn rekening.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.6
Verantwoording
Onderdeel van Meerjarenregeling Talentontwikkeling 2025–2028 Fonds voor Cultuurparticipatie· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 23 november 2023