Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Weigeringsgronden

Onderdeel van Meerjarenregeling Co-creatie 2025 – 2028 Fonds voor Cultuurparticipatie· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 23 november 2023

1. Het Fonds weigert in ieder geval subsidie als voor hetzelfde programma in dezelfde periode reeds subsidie is of zal worden verleend: op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid door het Fonds; of door een van de andere Rijkscultuurfondsen. 2. Subsidie kan worden geweigerd op basis van inhoudelijke gronden, of: als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de te bereiken outcome en resultaten en de activiteiten die daartoe leiden; als de aanvrager geen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is; als de aanvrager in de voorgaande jaren niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen. Daaronder vallen in elk geval ook: het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten; als de aanvrager in de aanvraag niet verklaart de volgende codes te onderschrijven: Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en Code Diversiteit & Inclusie zoals hierboven toegelicht in artikel 2.1 van deze regeling; als de aanvraag niet aansluit bij het doel van de regeling; als de aanvraag primair gericht is op activiteiten die plaatsvinden binnen het onderwijs; als de aanvraag gericht is op activiteiten die kunnen worden aangemerkt als reguliere activiteiten van een lokale of regionale kunsteducatie-instelling; als sprake is van de (overige) in artikel 4:35 Algemene wet bestuursrecht opgenomen weigeringsgronden; indien het aangevraagde bedrag niet ligt binnen het gestelde minimum- en maximumbedrag zoals gesteld in artikel 4.4, 5.4 en 6.4.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel