De buitengewoon agent van politie is, zodra hij met goed gevolg de opleiding aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden heeft voltooid, bevoegd bij het opsporen van de in artikel 3 genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 10, tweede lid, juncto artikel 13 van de Rijkswet Politie van Curaçao, van Sint-Maarten en van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Hij gedraagt zich overeenkomstig de op hem van toepassing zijnde Ambtsinstructie.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Besluit buitengewoon agent van politie KMAR/Caribisch Nederland· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 25 november 2023