Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Subsidiabele activiteiten

Onderdeel van Subsidieregeling BOSA· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan een amateursportorganisatie voor: de bouw of de verbouwing van een sportaccommodatie, de bouw of verbouwing van onroerende zaken als bedoeld in artikel 3 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek behorende bij een sportaccommodatie of het onderhoud van een sportaccommodatie; de aanschaf of het onderhoud van sportmaterialen; of activiteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1, categorie A en categorie C, onderdeel 5, mits de activiteiten uiterlijk 31 december 2025 zijn uitgevoerd; activiteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1, categorie B, C, met uitzondering van onderdeel 5, en D. 2. Subsidie wordt niet verstrekt als: voor de kosten van de subsidiabele activiteiten op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 recht op volledige aftrek van omzetbelasting bestaat; voor de kosten van de subsidiabele activiteiten een specifieke uitkering op grond van de Regeling specifieke uitkering stimulering sport 2024–2026 is verstrekt; de subsidie minder dan € 2.500 bedraagt; of de subsidie voor een kalenderjaar meer dan € 2.500.000 bedraagt; het gaat om activiteiten ten behoeve van het verbeteren van de energieprestatie of energie-efficiëntie van sportaccommodaties, die aanvangen vanaf 1 januari 2026, met uitzondering van activiteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1, categorie C en D; of het gaat om activiteiten voor verbouwing of onderhoud als bedoeld in het eerste lid, onder a, met betrekking tot beglazing, verwarming, verkoeling, ventilatie of sportverlichting, die aanvangen vanaf 1 januari 2026.

Rechtspraak bij dit artikel