Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Algemene bepalingen

Onderdeel van Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra versie 1 januari 2024· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 9 december 2023

In dit reglement wordt verstaan onder: Beëindiging van een arbeidsovereenkomst: ontslag: ontslag als bedoeld in artikel 7:669 van het Burgerlijk Wetboek. niet voortzetten arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. beëindiging van een arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden / middels een vaststellingsovereenkomst; urenvermindering, voor zover als gevolg hiervan werkloosheidsuitkeringskosten zijn ontstaan. Bestuur: het bestuur van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs. cao PO: de collectieve arbeidsovereenkomst voor het primair onderwijs zoals die tussen de PO-Raad en de organisaties van werknemers in het onderwijs is overeengekomen, die van toepassing is op het moment van beëindiging van een arbeidsovereenkomst. Centrale dienst: de dienst als bedoeld in artikel 68 Wpo en artikel 69 Wec. Dienstverband: een keten van opvolgende arbeidsovereenkomsten bij dezelfde werkgever. Onder opvolgende arbeidsovereenkomsten worden ook opvolgende ambtelijke aanstellingen begrepen die hebben plaatsgevonden in de periode voor 1 januari 2020. Eigen bijdrage: het deel van de werkloosheidsuitkeringskosten dat voor rekening van de werkgever komt. Financiële voorwaarden: de voorschriften waarin de regels met betrekking tot de financiële verplichtingen tussen het Participatiefonds en de werkgevers zijn vastgelegd. Laatste contractdag: de laatste dag waarop de arbeidsovereenkomst geldig is. Het is daarbij niet relevant of dit ook de laatste werkdag was. Mijn Pf: het werkgeversportaal voor bij het Participatiefonds aangesloten werkgevers. Via dit portaal kan de werkgever een verlagingsverzoek eigen bijdrage indienen. Onderwijspersoneel: personeel als bedoeld in artikel 1 van de Wpo. Opzeggingsbrief: een brief of e-mail met het doel om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. In deze brief staat een dagtekening. De dagtekening is de datum waarop de brief geschreven is. De werkgever heeft deze brief ondertekend. In deze e-mail is de datum van verzending en het e-mailadres van de werknemer zichtbaar. Ook is het aantoonbaar dat deze e-mail door of namens de werkgever is verstuurd. Participatiefonds: de rechtspersoon, genoemd in artikel 190, eerste en tweede lid van de Wpo en artikel 169, eerste en tweede lid van de Wec. PAUZE: Periode Algemeen Uitstel Zending E-beschikkingen. Dit is een periode van 6 weken. Deze periode gaat 2 weken voordat de eerste zomervakantie voor de eerste schoolregio begint in. De rijksoverheid stelt deze zomervakantie vast. Het Participatiefonds verstuurt tijdens deze periode geen beslissing op een verlagingsverzoek eigen bijdrage en ook geen beslissing op een bezwaarschrift naar een werkgever. Schooljaar: het tijdvak van 1 augustus van een kalenderjaar tot en met 31 juli van het volgende kalenderjaar. Tijdelijke arbeidsovereenkomst voor vervanging: een tijdelijke arbeidsovereenkomst van een werknemer, die specifiek betrekking heeft op vervangingswerkzaamheden. Vaststellingsovereenkomst: een overeenkomst ex artikel 7:900 BW, aantoonbaar door werkgever en werknemer ondertekend op of voorafgaand aan de datum van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Verzoek tot de verlaging van de eigen bijdrage / verlagingsverzoek eigen bijdrage: het verzoek van een werkgever om de eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten van een werknemer te verlagen. Verplicht aangesloten werkgever: de werkgever die op grond van artikel 190, tweede lid van de Wpo of artikel 169, tweede lid van de Wec verplicht is aangesloten bij het Participatiefonds. Werkgever: een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wpo en artikel 1 van de Wec; een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wpo en artikel 28a van de Wec. Werknemer: de natuurlijke persoon voor wie het Participatiefonds de uitkeringskosten voorfinanciert. Werkloosheidsuitkeringskosten: de uitkeringskosten, genoemd in de WW en de WOPO; de pensioenpremies en arbeidsongeschiktheidspremies; de bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen in het primair onderwijs die van toepassing waren voor de WOPO, als werknemers nog recht hebben op deze uitkering; en de ZAPO. Deze werkloosheidskosten zijn door de bevoegde instanties toegekend. Voor de uitkeringen op grond van de WW is dit het UWV. Voor de bovenwettelijke uitkeringen is dit WWplus. Wpo: de Wet op het primair onderwijs. Wec: de Wet op de expertisecentra. WW: de Werkloosheidswet. WOPO: de regeling Werkloosheidsuitkering onderwijspersoneel primair onderwijs. ZAPO: de Regeling ziekte en arbeidsongeschiktheid primair onderwijs. Zelfstandig wachtgeldbeleid: de op basis van het reglement 1997 bepaalde constructie, waarin een werkgever de keuze heeft gemaakt om de werkloosheidsuitkeringskosten volledig zelf te dragen. Zij-instromer: een werknemer die met een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 171 van de Wpo of artikel 151 van de Wec als leraar werkzaam is bij een werkgever. Zomerstop-periode: de periode waarin de termijnen die gelden voor de werkgever om informatie aan te leveren, worden opgeschort. Op grond van artikel 190, vierde lid van de Wpo en artikel 169, vierde lid van de Wec, voldoet een bij het Participatiefonds aangesloten werkgever maandelijks een premie aan het Participatiefonds in verband met de uitvoering van de wettelijke taak van het Participatiefonds. Onder de premie Participatiefonds wordt verstaan: basispremie; of premie zelfstandig wachtgeldbeleid; De verschuldigde premie is gelijk aan de premiegrondslag vermenigvuldigd met het premiepercentage. De premiegrondslag is het brutosalaris van het personeel waarvoor premie is verschuldigd, rekening houdend met de deeltijdfactor, exclusief toelages, toeslagen en werkgeverslasten, en vermeerderd met 8 procent vakantie-uitkering. Gemoedsbezwaarden betalen geen premie. Het bestuur stelt jaarlijks de hoogte van de premiepercentages voor het volgende kalenderjaar vast. Als er aanleiding toe is, kan het bestuur besluiten tot een tussentijdse wijziging van de premiepercentages. Een positief of negatief exploitatieresultaat van het Participatiefonds kan worden verrekend in de premie voor het volgende kalenderjaar. De werkgever die reeds deelneemt aan het zelfstandig wachtgeldbeleid, is uitsluitend de premie zelfstandig wachtgeldbeleid, genoemd in artikel 2, tweede lid, onder b, aan het Participatiefonds verschuldigd. Het Participatiefonds vergoedt geen werkloosheidsuitkeringskosten aan een werkgever die deelneemt aan het zelfstandig wachtgeldbeleid. Het Participatiefonds zal 100 procent van deze kosten in rekening brengen bij deze werkgever. Voor de huidige deelnemers aan het zelfstandig wachtgeldbeleid, is artikel 2 van het Reglement Participatiefonds Primair Onderwijs 1998-1999 voor onbepaalde tijd van toepassing. Een deelnemer aan het zelfstandig wachtgeldbeleid kan de deelname schriftelijk opzeggen. Deze opzegging moet uiterlijk op 1 november door het Participatiefonds zijn ontvangen. Als de opzegging tijdig door het Participatiefonds is ontvangen, eindigt de deelname aan het zelfstandig wachtgeldbeleid met ingang van het eerstvolgende kalenderjaar. Voor werkgevers die niet reeds deelnemen aan het zelfstandig wachtgeldbeleid, is het niet meer mogelijk om hieraan deel te nemen. Als er als gevolg van de beëindiging van een arbeidsovereenkomst werkloosheidsuitkeringskosten zijn ontstaan, dan stelt het Participatiefonds de werkgever hiervan op de hoogte via het portaal Mijn Pf. Als er sprake is van een beëindigingsgrond als bedoeld in hoofdstuk 2 van het reglement, dan kan de werkgever een verzoek tot verlaging van de eigen bijdrage indienen via Mijn Pf. De termijn voor het indienen van een verlagingsverzoek eigen bijdrage is 4 weken. Deze gaat in op de dag na de melding, genoemd in het eerste lid. Tijdens de zomerstop-periode, wanneer alle schoolregio’s in Nederland tegelijk zomervakantie hebben, wordt de termijn, genoemd in het derde lid, tijdelijk stilgezet. De rijksoverheid stelt deze zomervakanties vast. De eigen bijdrage van de werkgever wordt vastgesteld op 50 procent van de werkloosheidsuitkeringskosten, tenzij het Participatiefonds het verlagingsverzoek eigen bijdrage dat deze werkgever heeft ingediend goedkeurt. Wanneer geen verlagingsverzoek is ingediend, moet de werkgever desgevraagd bewijs leveren van de laatste contractdag door middel van een ter zake overtuigend document. Het Participatiefonds kan daar om verzoeken om vast te kunnen stellen welk reglement van toepassing is. Bij toewijzing van een verlagingsverzoek eigen bijdrage op grond van artikel 13 tot en met 19, heeft de werkgever een eigen bijdrage van 10 procent van de werkloosheidsuitkeringskosten. Bij toewijzing van een verlagingsverzoek eigen bijdrage op grond van artikel 20, heeft de werkgever geen eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten. Als bij een verlagingsverzoek eigen bijdrage niet alle benodigde gegevens en documenten zijn aangeleverd die nodig zijn voor een beoordeling van dat verzoek, dan geeft het Participatiefonds de werkgever 1 keer de gelegenheid om het verzoek aan te vullen. Dit moet binnen 4 weken gebeuren. De termijn voor het aanvullen van het verlagingsverzoek eigen bijdrage begint op de dag na die waarop het Participatiefonds de werkgever in de gelegenheid heeft gesteld het verzoek aan te vullen. Tijdens de zomerstop-periode, waarin alle schoolregio’s in Nederland gelijktijdig zomervakantie hebben, wordt de termijn, genoemd in het tweede lid, stilgezet. De rijksoverheid stelt deze zomervakanties vast. Het Participatiefonds neemt een besluit tot afwijzing van het verlagingsverzoek eigen bijdrage, wanneer: de arbeidsovereenkomst is beëindigd op een andere grond dan opgenomen in hoofdstuk 2 van het reglement. niet is voldaan aan de voorwaarden van het artikel op grond waarvan het verlagingsverzoek eigen bijdrage is ingediend. het verzoek van de werkgever kennelijk onredelijk is. de werkgever na het verzoek om aan te vullen als bedoeld in artikel 6, het verlagingsverzoek eigen bijdrage niet binnen de gestelde termijn heeft aangevuld, waardoor niet of niet tijdig is voldaan aan de voorwaarden van het artikel op grond waarvan het verlagingsverzoek eigen bijdrage is ingediend. Bij afwijzing van het verlagingsverzoek eigen bijdrage, heeft de werkgever een eigen bijdrage van 50 procent van de werkloosheidsuitkeringskosten. De werkgever die door omstandigheden buiten zijn invloedssfeer of risicosfeer niet of niet volledig aan de voorwaarden van een verlagingsverzoek eigen bijdrage kan voldoen, deelt dit aan het Participatiefonds mee onder opgaaf van een deugdelijke motivering en door toezending van ter zake overtuigende documenten. Het Participatiefonds beoordeelt of dit voldoende is om de werkgever te vrijwaren voor de betreffende voorwaarden. De werkgever maakt bij het indienen en aanvullen van een verlagingsverzoek eigen bijdrage gebruik van de hiervoor bestemde modules in Mijn Pf. Het Participatiefonds besluit binnen 4 weken op het verlagingsverzoek eigen bijdrage. Deze 4 weken gaan in op de dag nadat het Participatiefonds het verzoek in Mijn Pf heeft ontvangen. Het Participatiefonds kan deze termijn eenmalig verlengen met 2 weken. De beslistermijn wordt van rechtswege opgeschort gedurende de periode waarin de werkgever het verzoek op grond van artikel 6 moet aanvullen. Gedurende de pauzeperiode wordt de beslistermijn, genoemd in het eerste lid, opgeschort. Het Participatiefonds is bevoegd een besluit tot verlaging van de eigen bijdrage te wijzigen of in te trekken ten nadele van de werkgever, wanneer: de gegevens die de werkgever heeft aangeleverd zodanig onjuist, onvolledig of gewijzigd zijn dat op het verlagingsverzoek eigen bijdrage een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste en volledige gegevens bekend waren geweest. de beschikking in strijd met wettelijke voorschriften is gegeven. de wetgeving, omstandigheden of inzichten zodanig veranderen dat de bescherming van de belangen van deze gewijzigde wetgeving, omstandigheden of inzichten zwaarder wegen dan het belang van de werkgever bij een ongewijzigde beschikking. De werkgever verleent medewerking aan een controle door of namens het Participatiefonds, die gericht is op de beoordeling van de rechtmatigheid van een beschikking als bedoeld in dit reglement. De werkgever draagt gedurende een periode van 7 jaar zorg voor een deugdelijke administratie die op een centraal punt is in te zien en geeft hier desgevraagd inzage in.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel