In aanvulling op artikel 4.2, eerste en vijfde lid, van de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet geldt dat een onherroepelijk voorkeursrecht, gevestigd op grond van artikel 2 in samenhang met artikel 3 van de Wet voorkeursrecht gemeenten respectievelijk artikel 9a, eerste lid, eerste zin, in samenhang met artikel 3 van de Wet voorkeursrecht gemeenten, van rechtswege vervalt als tien jaar zijn verstreken na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan respectievelijk het inpassingsplan waarop het voorkeursrecht berust, als op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet vijf jaar of meer zijn verstreken nadat het voorkeursrecht is ingegaan.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
(aanvulling artikel 4.2 – geldingsduur onherroepelijke voorkeursrechten op grond van bestemmingsplan of inpassingsplan)
Onderdeel van Vangnetregeling Omgevingswet· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024