Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 15

Voorwaarden

Onderdeel van Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen 2024–2029· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

1. Een investeerder kan de aanvraag tot subsidievaststelling voor een flexwoning die voldoet aan de technische voorschriften, bedoeld in artikel 5, tweede en derde lid, bij de Minister indienen nadat minimaal 10 jaar en maximaal 20 jaar zijn verstreken, gerekend vanaf de dag na de verzenddatum van de subsidieverlening. 2. In afwijking van het eerste lid, kan de aanvraag voor een flexwoning die voldoet aan de technische voorschriften, bedoeld in artikel 5, tweede en vierde lid, worden gedaan nadat minimaal 10 jaar en maximaal 30 jaar zijn verstreken, gerekend vanaf de dag na de verzenddatum van de subsidieverlening. 3. De Minister stelt de subsidie vast, indien: hij heeft vastgesteld dat de relevante stappen van de herplaatsingsladder zijn doorlopen; de transactie van de flexwoning passend is gelet op de koper, de herplaatsingslocatie en het beoogde gebruik; de investeerder aantoont dat de transactieprijs van de flexwoning lager uitvalt dan de fictieve boekwaarde; de flexwoning in zijn geheel door de investeerder aan een derde-partij wordt verkocht die de flexwoning niet op dezelfde locatie exploiteert; en is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel