Ambtenaren die zijn belast met het toezicht op de naleving of de opsporing van strafbaar gestelde feiten ter zake van het bepaalde bij of krachtens de Wet milieubeheer:
ten aanzien van gevaarlijke afvalstoffen;
ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdelen a, d en e, van EU Verordening (EU) nr. 2019/1020 van het Europees parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011 (PbEU 2019 L169), voor zover het gaat om handhaving van het bepaalde bij of krachtens:
de titels 9.3, 9.3a en 9.4;
de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;
de EG-verordening EU-milieukeur;
de titels 2.5, 9.2 en 9.5, voor zover daarbij uitvoering wordt gegeven aan een internationale verplichting,
zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 9
Bevoegdheid tot binnentreden
Onderdeel van Besluit aanwijzing toezichthouders fysieke leefomgeving· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024