Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Algemeen

Onderdeel van Richtlijn voor strafvordering dierenmishandeling, dierendoding, dierenverwaarlozing, bijtincidenten en overtreding houdverbod dieren· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

Dierenmishandeling, dierendoding en verwaarlozing leiden nagenoeg altijd tot zeer grote maatschappelijke verontwaardiging. Het uitgangspunt van deze richtlijn is de intrinsieke waarde van het dier zoals vastgelegd in artikel 1.3 van de Wet Dieren. Dit staat los van de gebruikswaarde die de mens aan een dier toekent. Onder erkenning van de intrinsieke waarde wordt verstaan erkenning van de eigen waarde van dieren, zijnde wezens met gevoel. De Wet dieren houdt ten volle rekening met de gevolgen voor de intrinsieke waarde van het dier, onverminderd andere gerechtvaardigde belangen. Daarbij wordt er in elk geval in voorzien dat de inbreuk op de integriteit of het welzijn van dieren, verder dan redelijkerwijs noodzakelijk, wordt voorkomen en dat de zorg die dieren redelijkerwijs behoeven is verzekerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel