Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Beleidsbesluit doorschuiffaciliteit einde belastingplicht FGR· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

Het overgangsrecht in het kader van de aanpassing van de definitie van het fonds voor gemene rekening, regelt dat op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 – voor Nederlandse fiscale doeleinden – sprake is van een fictieve vervreemding door fondsen voor gemene rekening, die als gevolg van de wet niet langer belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting, van haar vermogensbestanddelen aan de deelgerechtigden in dat fonds (artikel IV, eerste lid, Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling). Artikel V biedt een doorschuiffaciliteit op grond waarvan het fonds voor gemene rekening niet hoeft af te rekenen over de fictieve vervreemdingswinst. Dit besluit bevat een algemene toestemming voor de inspecteur om verzoeken af te doen als bedoeld in artikel V, tweede lid. De voorwaarden die de inspecteur daarbij moet stellen zijn opgenomen in bijlage 1 en toegelicht in dit besluit. Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 23 augustus 2024, nr. 2024-19230, (Stcrt. 2024, 28426). De wijziging betrof de toevoeging van onderdeel 5A, waarin een goedkeuring is opgenomen voor een bijzondere situatie waarbij als gevolg van de aandelenfusie van artikel VI van de Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling het bestaan en daarmee de vennootschapsbelastingplicht van het fonds voor gemene rekening eerder eindigt dan het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025. Deze goedkeuring is gebaseerd op artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Bvdb 2001 Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 FGR Fonds voor gemene rekening overdracht De overdracht die op grond van artikel IV, eerste lid, Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling wordt geacht plaats te vinden overdrachtstijdstip Het ondeelbare moment onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 met ingang waarvan de overgedragen vermogensbestanddelen worden geacht rechtstreeks voor rekening en risico van de verkrijgende deelgerechtigden te komen onderneming De vermogensbestanddelen met de daarbij eventueel behorende activiteiten van het desbetreffende lichaam verkrijgende deelgerechtigde De deelgerechtigde in het FGR aan wie een overdracht plaats vindt. Als die deelgerechtigde behoort tot een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15 Wet Vpb 1969, dan wordt onder verkrijgende deelgerechtigde die fiscale eenheid verstaan. Wet Vpb 1969 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Dit besluit bevat de volgende onderdelen. Een inleiding waarin ik kort inga op de faciliteit van artikel V Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling (onderdeel 2). De toestemming aan de inspecteur om te beslissen op verzoeken als bedoeld in artikel V, tweede lid, Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling, onder het meegeven van voorwaarden (onderdeel 3). De goedkeuring dat de verkrijgende deelgerechtigde in de plaats treedt van het FGR met betrekking tot de bij het FGR onmiddellijk voorafgaand aan het overdrachtstijdstip aanwezige aanspraken (onderdeel 4.1). De goedkeuring dat de verkrijgende deelgerechtigde achterwaarts verlies kan verrekenen met de vooroverdrachtswinsten van het FGR (onderdeel 4.2). Een toelichting op de voorwaarden (onderdeel 5). De goedkeuring voor een bijzondere situatie waarbij het bestaan en daarmee de vennootschapsbelastingplicht van het FGR als gevolg van de aandelenfusie van artikel VI, tweede lid, Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling eerder eindigt dan het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 (onderdeel 5A).

Rechtspraak bij dit artikel