Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Werkwijze

Onderdeel van Specifiek interventiebeleid NVWA diergezondheid (IB03-SPEC 16, versie 02)· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 13 januari 2024

Overtredingen worden ingedeeld naar de klassen zoals gedefinieerd in het AIB. Bij de indeling in de klassen is met name beoordeeld in hoeverre een overtreding een risico kan vormen voor de voedsel- veiligheidvoedselveiligheid (tracering), de verspreiding van dierziekten, de herstelbaarheid daarvan, ondermijning van het systeem en of er sprake is van calculerend en/of bewust risiconemend gedrag. Hoe groter het risico, hoe ernstiger de overtreding wordt gekwalificeerd. De kwalificatie in het interventiebeleid van de boetecategorieën naar ernst kan verschillen van de kwalificatie naar ernst van de overtredingsklasse in de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren. Dit is verklaarbaar, want het doel van de kwalificering en de criteria zijn verschillend. In het specifiek interventiebeleid is het doel het bepalen van de overtredingsklasse en in de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren gaat het om het bepalen van de hoogte van de boete. Bij een aantal overtredingen bepalen de omstandigheden van het geval of de niet naleving wordt aangemerkt als geringe lichte overtreding, middelzware overtreding of zware overtreding. De volgende indeling wordt aangehouden: Aard en ernst van de overtreding: Licht feit, gering risico op aantasting diergezondheid, volksgezondheid, of geringe ondermijning van het systeem. Er zijn in de bijlage een aantal feiten benoemd die onder deze categorie vallen. Voor de klasse lichte overtredingen geldt dat bij een vierde constatering van een overtreding van klasse licht wordt overgegaan naar de interventie die volgt op de constatering van een klasse middelzware overtredingen. Dat betekent dat een officiële waarschuwing dient te volgen, conform het AIB. Bij een vijfde constatering kan er overgegaan worden op een interventie conform de klasse zware overtredingen. Middelzware overtreding/ zware overtreding Bij de meeste overtredingen bepalen de omstandigheden van het geval dan wel de omvang van de overtreding of de niet-naleving wordt aangemerkt als middelzware overtreding of zware overtreding. Indeling van overtredingen in verschillende overtredingsklassen heeft op een aantal verschillende manieren plaatsgevonden: Getalsmatige criteria Bij diverse overtredingen is de indeling in overtredingsklasse zwaar gebaseerd op getalsmatige criteria. In die gevallen is de overtreding die in categorie zwaar is ingedeeld exact geformuleerd. Overtredingen van dezelfde norm die als lichte overtreding zijn aangemerkt betreffen geringe afwijkingen. In dat geval worden kleine afwijkingen (zoals weinig dieren, of afwijkingen die een klein risico vormen) ingedeeld als lichte overtreding. Alle overige overtredingen van diezelfde norm, die niet vallen onder de exacte omschrijving behorende bij zwaar, en geen ‘lichte overtreding’ zijn, worden beschouwd als middelzware overtreding. In het specifiek interventiebeleid zijn deze overtredingen aangeduid als ‘niet zijnde zwaar of licht’. Structureel / incidenteel Andere overtredingen zijn niet op basis van een getalsmatig criterium ingedeeld, maar zijn als een zware overtreding ingedeeld als er sprake is van structurele overtredingen van die norm. De tegenhanger van een structurele overtreding is een incidentele overtreding (overtredingsklasse middelzwaar). Onder incidentele overtreding wordt verstaan: een overtreding die betrekking heeft op een gering aantal dieren, of een overtreding die slechts een geringe afwijking van de norm is. Om bij indeling van bepaalde overtredingen rekening te houden met grote én met kleine bedrijven, komen bij een aantal normen 2 criteria voor, bijvoorbeeld minimaal 10% én minimaal 10 dieren. Met een wettelijke norm die betrekking heeft op vergelijkbare gedragingen wordt bedoeld overtredingen uit hetzelfde deel van Verordening (EU) 2016/429, zoals bijvoorbeeld tracering, monitoring, verplaatsingen, identificatie en registratie van dieren of salmonella. Bestraffende sanctie Overtredingen worden bestuursrechtelijk of strafrechtelijk afgehandeld. Aan het Openbaar Ministerie worden overtredingen voorgelegd indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder zij zijn begaan daartoe aanleiding geven. Uitgangspunt is dat bij een zware overtreding, dan wel een herhaalde middelzware overtreding, in elk geval een bestuurlijke boete wordt opgelegd of een proces-verbaal wordt aangezegd. De NVWA treedt met name in overleg met het Openbaar Ministerie over mogelijke gevallen van: moedwillig begane overtredingen (opzettelijk, calculerend gedrag); frauduleus handelen; stelselmatige overtredingen; overtredingen waarbij een buitenlandse overtreder is betrokken. Bestuursrechtelijke handhaving Op basis van de Wet dieren is de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bevoegd om bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die gericht zijn op het herstel van de gevolgen van de overtreding of het voorkomen van verdere overtreding. Verder is de minister bevoegd om bij bepaalde overtredingen van de Wet dieren een bestuurlijke boete op te leggen. Deze bevoegdheden zijn mede aan de NVWA gemandateerd. In de bijlagen van dit specifiek interventiebeleid is vastgelegd op welke wijze wordt geïntervenieerd bij het constateren van een overtreding. Ten aanzien van het stapelen van overtredingen geldt, bij het opleggen van de bestuurlijke boete, dat er wordt uitgegaan van maximaal vijf overtredingen per controlemoment. In het geval personen die zijn toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen tekortschieten in de zorgplicht voor dieren, kan er een melding worden gedaan bij de klachtambtenaar ten behoeve van het Veterinair Tuchtcollege. Dit gelet op artikel 4.2 van de Wet dieren. Dit kan naast een bestuurlijke of strafrechtelijke interventie plaatsvinden. Personen die hier onder vallen zijn onder andere dierenartsen, dierenartsassistenten-paraveterinair en dierverloskundigen. Een maatregel die genomen kan worden bij een omissie is het intrekken van een erkenning, registratie of het niet afgeven of intrekken van een certificaat. Ook kan de frequentie van toezicht worden verhoogd. Bij constatering van tekortkomingen, die in andere lidstaten zijn gemaakt of ontstaan wordt de betreffende bevoegde autoriteit van dat land, via het National Contact Point geïnformeerd over deze niet-naleving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel