Overtredingen worden ingedeeld naar de klassen zoals gedefinieerd in het Algemeen interventiebeleid NVWA 2024.
De ernst van de overtreding wordt in de eerste plaats bepaald door de gevolgen voor de betrokken dier(en). Hierbij wordt gelet op de mate van vermijdbare pijn, spanning of lijden (hierna verder: lijden) dat het dier of de dieren is aangedaan. Hoe groter de mate van vermijdbaar lijden is, onder andere gelet op het aantal dieren en/of de tijdsduur, des te hoger wordt de overtreding in de bijlage geclassificeerd.
In bepaalde gevallen is er (nog) geen lijden als gevolg van de overtreding vastgesteld, maar is niet gewaarborgd dat dieren vermijdbaar lijden wordt bespaard: er bestaat een (gering tot ernstig) risico dat dieren lijden wordt aangedaan. Bijvoorbeeld: verplichte controles op bedwelming worden niet uitgevoerd, bedwelmingsapparatuur is niet onderhouden of een inrichting voldoet niet aan de wettelijke eisen. Hier geldt dat hoe groter het risico op vermijdbaar lijden is, des te hoger een overtreding in de bijlage wordt geclassificeerd.
In de bijlage van dit document zijn de bepalingen van de geldende wetgeving ingedeeld in een overtredingsklasse met bijbehorende interventie(s).
Voor de lichte overtredingen geldt dat na een derde constatering van een lichte overtreding wordt overgegaan naar de interventie die volgt op de constatering van een middelzware overtreding. Dat betekent dat een officiële waarschuwing dient te volgen.
Overtredingen van de Wet dieren worden doorgaans bestuurlijk beboet. Indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder deze is begaan daartoe aanleiding geven, legt de NVWA deze aan het Openbaar Ministerie voor. Dit volgt uit artikel 8.10, eerste lid, van de Wet dieren. Het OM beslist of het overgaat tot strafrechtelijke afdoening. Afgezien van de in artikel 8.11 genoemde overtredingen is strafrechtelijke afdoening niet voorbehouden aan een vooraf aan te geven overtreding van een bepaald voorschrift, maar kan in beginsel bij alle overtredingen van de bij of krachtens de Wet dieren gestelde voorschriften noodzakelijk zijn.
De kolommen ‘interventies’ en ‘follow-up na overtreding; interventies bij herhaalde overtreding’ in de bijlage van dit document vermelden uitsluitend de bestuurlijke boete als bestraffende sanctie die doorgaans wordt toegepast. Dit laat onverlet dat, als een overtreding zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk kan worden afgedaan, op grond van de specifieke feiten en omstandigheden kan worden besloten om in plaats van een bestuurlijke boete een proces verbaal op te maken ten behoeve van strafrechtelijke afdoening. Op voorhand is niet in de bijlage van dit document aan te geven wanneer wordt overgegaan tot een strafrechtelijke bestraffende sanctie. Daarom vormt deze paragraaf een aanvulling op bovengenoemde kolommen in de bijlage.
Er is sprake van een herhaalde overtreding wanneer tijdens een (her)inspectie opnieuw een overtreding wordt vastgesteld van de wetgeving die ziet op de bescherming van het dierenwelzijn bij het doden en daarmee verband houdende activiteiten, die bij de overtreder binnen de daaraan voorafgaande periode van 6 maanden eerder is geconstateerd.
Er is sprake van een herhaalde overtreding wanneer tijdens een (her)inspectie opnieuw een overtreding wordt vastgesteld van de wetgeving die ziet op de bescherming van het dierenwelzijn bij het doden en daarmee verband houdende activiteiten, die bij de overtreder binnen de daaraan voorafgaande periode van 3 maanden eerder is geconstateerd.
Als één inspectie gelden alle inspecties die plaatsvinden in het kader van de aangevraagde keurings- en toezichtwerkzaamheden op één dag. Iedere andere inspectie en audit die niet gerelateerd is aan aangevraagde keurings- en toezichtswerkzaamheden geldt als een afzonderlijke inspectie.
In bedrijven waar géén permanent toezicht is, kan na constateren van een zware of middelzware overtreding een extra inspectie worden uitgevoerd om na te gaan of gemaakte afspraken over het opheffen van de overtreding zijn nagekomen. Een herinspectie wordt uitgevoerd op een door de officiële dierenarts te bepalen tijdstip.
In bedrijven waar de NVWA permanent toezicht houdt, kan een extra inspecteur worden ingezet om de herinspectie uit te voeren. Ook op verzamelcentra van dieren, pluimveebroederijen en primaire bedrijven waar landbouwhuisdieren worden gehouden kunnen herinspecties uitgevoerd worden. Herinspecties worden in rekening gebracht bij het bedrijf.
Artikel 3
Werkwijze
Onderdeel van Specifiek interventiebeleid NVWA doden van gehouden dieren (IB03-SPEC 72, versie 06)· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 13 januari 2024