Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

De aanvraag vergunning inrichtingen type III

Onderdeel van Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 april 2024

1. Bij de aanvraag om een vergunning voor een inrichting type III worden de volgende gegevens verstrekt: naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres van degene die de inrichting opricht dan wel verandert of de werking daarvan verandert; naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres van degene die de inrichting drijft of zal drijven, indien deze persoon een ander is dan degene, bedoeld onder a; adres, kadastrale aanduiding en ligging van de inrichting; een afschrift van of uittreksel uit hetgeen over de inrichting in het Handelsregister is ingeschreven of krachtens wettelijk voorschrift daar is gedeponeerd; de aard, indeling en uitvoering van de inrichting; de activiteiten en processen die in de inrichting plaatsvinden en de ten behoeve daarvan te gebruiken technieken of installaties, waaronder begrepen de wijze van energievoorziening, voor zover die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de nadelige gevolgen voor het milieu die de inrichting kan veroorzaken; de voor de activiteiten en processen, bedoeld onder f, kenmerkende gegevens met betrekking tot grondstoffen en tussen-, neven- en eindproducten; de maximale capaciteit van de inrichting en het totale nominale motorische of thermische ingangsvermogen van de tot de inrichting behorende installaties; de tijdstippen en dagen waarop, dan wel perioden waarin de inrichting of de te onderscheiden onderdelen daarvan in bedrijf zullen zijn; een situatieschets, met een schaal van ten hoogste 1:10.000 waarop de ligging van de inrichting ten opzichte van de omgeving is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; gedetailleerde tekeningen van de tot de inrichting behorende installaties en locaties waar emissies plaatsvinden; de aard en omvang van de belasting van het milieu die de inrichting tijdens het regulier in bedrijf zijn kan veroorzaken, daaronder begrepen een overzicht van de belangrijkste nadelige gevolgen voor het milieu die daardoor kunnen worden veroorzaakt; de maatregelen of voorzieningen ten behoeve van: het voorkomen of, voor zover dit niet kan worden voorkomen, het zoveel mogelijk beperken van het ontstaan van afvalstoffen in de inrichting; nuttige toepassing, dan wel het geschikt maken voor nuttige toepassing, van de afvalstoffen die in de inrichting ontstaan; het opslaan van de afvalstoffen in de inrichting; het zich ontdoen van de afvalstoffen die in de inrichting ontstaan; de aard en de inhoud van de andere maatregelen of voorzieningen die zijn of worden getroffen om de nadelige gevolgen voor het milieu die de inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, voor zover dit niet kan worden voorkomen, zoveel mogelijk te beperken; de voor de aanvrager redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen met betrekking tot de inrichting, die voor de beslissing op de aanvraag van belang kunnen zijn; een aanduiding van het grootste insluitsysteem, de maximale hoeveelheid stof die daarin aanwezig kan zijn, een aanduiding van de betrokken stof, de plaats van het insluitsysteem in de inrichting, de druk en de temperatuur van de betrokken stoffen en preparaten in het insluitsysteem; de ligging van leidingen in de inrichting; voor zover van toepassing, een milieueffectrapport; alle overige gegevens, voor zover de aanvrager daarover beschikt of redelijkerwijs kan beschikken en die naar het oordeel van het bevoegd gezag redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag. 2. De aanvraag gaat vergezeld van een niet-technische samenvatting van de gegevens, bedoeld in het eerste lid. 3. De bij de aanvraag behorende stukken worden door of namens de aanvrager gewaarmerkt als behorende bij de aanvraag. 4. Indien de inrichting waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, naar haar aard tijdelijk is, vermeldt de aanvrager dit in de aanvraag, waarbij tevens de periode wordt aangegeven waarin de inrichting in werking is of zal zijn. 5. De gegevens, genoemd in het eerste en tweede lid, behoeven niet te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag reeds over die gegevens beschikt.

Rechtspraak bij dit artikel