**1.** Het bevoegd gezag houdt ten behoeve van de vergunning bij het bepalen van de voor inrichting type III en IV in aanmerking komende beste beschikbare technieken, in elk geval rekening met:
de toepassing van technieken die, vergeleken met andere voor het betreffende doel te gebruiken technieken, weinig afvalstoffen veroorzaken;
de toepassing van technieken waarbij gebruik wordt gemaakt van stoffen die, vergeleken met andere voor het betreffende doel te gebruiken stoffen, het minst gevaarlijk zijn en het minst schadelijk zijn voor de mens en voor het milieu;
de ontwikkeling van technieken voor terugwinning en hergebruik van de bij de processen in de inrichting uitgestoten en gebruikte stoffen en afvalstoffen;
vergelijkbare processen, apparaten of wijzen van bedrijfsvoering die met goed resultaat in de praktijk zijn toegepast;
de ontwikkeling van de wetenschappelijke inzichten en de vooruitgang van de techniek met betrekking tot de bescherming van het milieu;
de aard, de effecten en de omvang van de betrokken emissies;
de data waarop de installaties in de inrichting in gebruik zijn of worden genomen;
de tijd die nodig is om een techniek te gaan toepassen die meer bescherming biedt van het milieu dan de voorgaande;
het verbruik en de aard van de grondstoffen, met inbegrip van water, en de energie-efficiëntie;
de noodzaak om het algemene effect van de emissies op en de risico’s voor het milieu te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken;
de noodzaak ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor het milieu zoveel mogelijk te beperken;
door internationale of volkenrechtelijke organisaties bekendgemaakte informatie met betrekking tot de bepaling van beste beschikbare technieken; en
andere informatie met betrekking tot het bepalen van de beste beschikbare technieken.
**2.** Het bevoegd gezag bepaalt de voor een inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken in elk geval mede op grond van de:
aard en het type van de inrichting en de staat van de daarin aanwezige installaties en processen;
geldende afspraken over de ontwikkeling van de technieken;
geografische omstandigheden;
lokale milieuomstandigheden.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud van de beste beschikbare technieken en omtrent de wijze waarop aan dit artikel uitvoering wordt gegeven.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Beste beschikbare technieken inrichtingen type III en IV
Onderdeel van Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 april 2024