**1.** Het bevoegd gezag kan in de vergunning de verplichting opnemen dat degene die een inrichting type III of type IV opricht, verandert of de werking daarvan verandert, in werking heeft of beëindigt, financiële zekerheid stelt:
voor het nakomen van de bij de vergunning opgelegde verplichtingen; of
ter dekking van de aansprakelijkheid voor mogelijke schade aan het milieu die het gevolg kan zijn van het oprichten van de inrichting, het veranderen of de werking daarvan veranderen, het in werking hebben of beëindigen van de inrichting.
**2.** De financiële zekerheidsstelling wordt niet hoger dan de redelijkerwijs te verwachten kosten die noodzakelijk zijn voor het nakomen van op grond van die vergunning gelden de verplichtingen of voor de dekking van aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit de nadelige gevolgen voor het milieu.
**3.** De in het eerste lid, onder a en b, genoemde verplichtingen worden aangegaan voor de periode die in de betreffende vergunning daartoe is bepaald.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.7
Financiële zekerheid bij vergunning
Onderdeel van Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 april 2024