**1.** Onze Minister en het bestuurscollege die zijn belast met de bestuursrechtelijke handhaving bedoeld in artikel 10.2 van de wet, stellen ieder voor zich het toezicht- en handhavingsbeleid vast. Het toezicht- en handhavingsbeleid wordt vastgesteld voor een periode van ten minste één kalenderjaar.
**2.** In het toezicht- en handhavingsbeleid worden in elk geval aangegeven:
de doelen en gestelde prioriteiten van Onze Minister en het bestuurscollege op het gebied van toezicht en handhaving;
de voorgenomen activiteiten om de doelen en prioriteiten te behalen;
een risicoanalyse waarop de doelen en prioriteiten zijn gesteld; en
de benodigde capaciteit voor de uitvoering van het toezicht-en handhavingsbeleid.
**3.** Het toezicht- en handhavingsbeleid geeft voorts inzicht in:
de nalevingsstrategie en aanvullende toezicht- en handhavingsinstrumenten;
de afspraken die Onze Minister en het bestuurscollege hebben gemaakt met de andere betrokken bestuursorganen en organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden.
**4.** Onze Minister en het bestuurscollege stemmen het toezicht- en handhavingsbeleid voordat het wordt vastgesteld, af met de betrokken bestuursorganen en organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving.
**5.** Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op het toezicht- en handhavingsbeleid.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Toezicht- en handhavingsbeleid
Onderdeel van Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 april 2024