Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.3

Artikel 2.3.1

Preventieve bodembescherming algemeen

Onderdeel van Regeling inrichtingen en activiteiten BES· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 april 2024

1. Ter voorkoming of beperking van bodemverontreiniging worden bodembedreigende stoffen: niet op of in de bodem geloosd; gebruikt of afgeleverd boven een bodembeschermende voorziening; zodanig gebruikt dat zweten, lekkage of wegspatten van die stoffen wordt voorkomen of tot het minimum wordt beperkt; adequaat verpakt. 2. Als zweten, lekkage of wegspatten van bodembedreigende stoffen niet is of niet kan worden voorkomen, worden deze stoffen onmiddellijk met behulp van absorptiemiddelen van de vloer verwijderd. 3. Een apparaat dat of een installatie die een vloeistofcircuit bevat wordt geplaatst boven een aaneengesloten bodembeschermende voorziening. 4. Wanneer de bodembeschermende voorziening, bedoeld in het derde lid, is uitgevoerd als een lekbak dan kan deze tenminste 110% van de inhoud van het apparaat of installatie opvangen. 5. Alle tankinstallaties, leidingsystemen en appendages zijn vloeistofdicht. Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel