**1.** Ter voorkoming of beperking van bodemverontreiniging worden bodembedreigende stoffen:
niet op of in de bodem geloosd;
gebruikt of afgeleverd boven een bodembeschermende voorziening;
zodanig gebruikt dat zweten, lekkage of wegspatten van die stoffen wordt voorkomen of tot het minimum wordt beperkt;
adequaat verpakt.
**2.** Als zweten, lekkage of wegspatten van bodembedreigende stoffen niet is of niet kan worden voorkomen, worden deze stoffen onmiddellijk met behulp van absorptiemiddelen van de vloer verwijderd.
**3.** Een apparaat dat of een installatie die een vloeistofcircuit bevat wordt geplaatst boven een aaneengesloten bodembeschermende voorziening.
**4.** Wanneer de bodembeschermende voorziening, bedoeld in het derde lid, is uitgevoerd als een lekbak dan kan deze tenminste 110% van de inhoud van het apparaat of installatie opvangen.
**5.** Alle tankinstallaties, leidingsystemen en appendages zijn vloeistofdicht.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.3
Artikel 2.3.1
Preventieve bodembescherming algemeen
Onderdeel van Regeling inrichtingen en activiteiten BES· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 april 2024