**1.** De uitkering, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van de wet bedraagt per opvangplaats van bijzondere aard € 2.000.
**2.** De uitkering, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de wet bedraagt per duurzame opvangplaats € 2.000 indien tenminste 100 opvangplaatsen worden ingediend en € 1.000 indien minder dan 100 opvangplaatsen worden ingediend.
**3.** De uitkering, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de wet bedraagt per opvangplaats € 1.500.
**4.** De uitkering, bedoeld in het derde lid, wordt volgens een vaste verdeling van 15% voor de provincie en 85% voor de gemeenten verstrekt. Deze uitkering wordt tussen de gemeenten verdeeld naar rato van het aantal opvangplaatsen dat geboden is en het aantal maanden waarvoor deze opvangplaatsen beschikbaar zijn gesteld.
Hoofdstuk 3
Artikel 4
Hoogte van de uitkeringen
Onderdeel van Regeling specifieke uitkeringen Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 2024