Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Programmering toezicht, monitoring en verslag

Onderdeel van Toezichtkader CO-stelsel· Wonen, onroerend goed, bouwrecht

Deze tekst geldt sinds 6 februari 2024

De TloKB is vanwege haar beperkte middelen genoodzaakt om binnen haar toezichtbeleid prioriteiten te stellen. Hiervoor ontwikkelt de TloKB een middellangetermijnstrategie voor telkens een periode van drie tot vijf jaar. In deze strategie maakt de TloKB inzichtelijk wat binnen deze termijn de beoogde doelstellingen zijn en hoe zij deze doelstellingen stapsgewijs wil realiseren. Mede in dit kader onderhoudt zij contact met relevante betrokken partijen, zowel spelers in en rond de installatiesector als vertegenwoordigers van particuliere en zakelijke consumenten. De TloKB zal deze betrokken partijen bij de totstandkoming van de middellangetermijnstrategie betrekken. In de loop van de tijd kan de TloKB prioriteiten aanpassen aan de ontwikkeling van het stelsel, zoals deze voortvloeien uit de tijdens het toezicht en monitoring opgedane bevindingen. Op basis van deze middellangetermijnstrategie stelt de TloKB vervolgens per jaar een programmering op, inclusief prioriteiten. De te stellen prioriteiten legt zij in de uit te brengen jaarplannen vast, voorzien van een onderbouwing. Voorlopig uitgangspunt is dat de TloKB jaarlijks overweegt of en welke prioriteiten zij stelt binnen het toezicht, op basis van de in het voorgaande jaar opgedane inzichten en ervaringen. De TloKB zal hierover communiceren via haar jaarplan, de eerste keer in het plan voor 2024. De TloKB gaat in haar taakuitvoering doelmatig om met de aan haar verstrekte middelen. Gelet op het feit dat de Raad voor Accreditatie grotendeels nalevingstoezicht houdt en de certificerende instelling in de rol van toezichthouder taken uitvoert, zal de TloKB beperkt nalevingstoezicht houden. De TloKB zal de beschikbare capaciteit en middelen vooral inzetten in het kwaliteitstoezicht. In eerste instantie is de TloKB voor het programmeren van toezicht aangewezen op haar informatiebronnen, zoals genoemd in hoofdstuk 3. Op basis van informatie die de TloKB ontvangt van de Raad voor Accreditatie, certificerende instellingen en schemabeheerders en informatie van betrokken partijen en van derden doet de TloKB inzichten op om na te gaan in hoeverre het CO-stelsel tot de beoogde resultaten leidt. Voor het kwaliteitstoezicht kiest de TloKB bij de start van het toezicht voor het uitvoeren van kwalitatief onderzoek naar in bedrijf gestelde installaties voor het verkrijgen van relevante inzichten. Dit doet zij met behulp van enquêtes en bijwoningen van inspecties door certificerende instellingen. Mochten de ontwikkelingen hiertoe aanleiding geven, dan zal de TloKB besluiten of het uitvoeren van steekproeven nodig is ter aanscherping van het beeld over de werking van het CO-stelsel. De inzichten die in de loop van de tijd worden opgedaan bepalen de uiteindelijke inrichting en programmering van zowel het nalevingstoezicht als het kwaliteitstoezicht door de TloKB binnen het CO-stelsel. Voor een effectieve en efficiënte inzet van mensen en middelen programmeert de TloKB haar toezicht risicogericht, zoals ook veel andere toezichthoudende organisaties doen. Bij risicogericht programmeren inventariseert de toezichthouder de belangrijkste risico’s gerelateerd aan het niet of onvoldoende halen van de doelen van het stelsel: vaststellen in hoeverre certificerende instellingen en certificaathouders de aangewezen schema’s juist naleven en toepassen; vaststellen in hoeverre het stelsel leidt tot reductie van koolmonoxideongevallen door gecertificeerde werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties. Bij de start van het toezicht programmeert de TloKB echter nog slechts beperkt risicogericht, omdat nog weinig objectiveerbare gegevens beschikbaar zijn om risico’s op te baseren. Hierbij is van belang om onderscheid te maken tussen het nalevingstoezicht enerzijds en het kwaliteitstoezicht anderzijds. Voor het nalevingstoezicht is bij de start van het stelsel, zij het beperkt, informatie bekend. De aangewezen schema’s van de schemabeheerders en de aanwijzingsvereisten van de certificerende instellingen waarop nalevingstoezicht zich richt heeft de TloKB beoordeeld in het kader van het toetsings- en aanwijzingsproces. In dat kader heeft de TloKB bevindingen opgedaan die zij als aandachtspunten voor het toezicht gebruikt. De TloKB heeft certificerende instellingen en schemabeheerders laten weten dat zij deze bevindingen meeneemt in het nalevingstoezicht. In het kader van kwaliteitstoezicht voert de TloKB in het eerste jaar na de start van het CO-stelsel inspecties uit om na te gaan in hoeverre de veronderstelling juist is dat de veiligheid van gasverbrandingsinstallaties toeneemt, wanneer betrokken partijen ieder hun rol en verantwoordelijkheid op de juiste wijze invullen. Deze inspecties zullen veelal bestaan uit het uitvoeren van een schouw van de werkzaamheden van de certificerende instellingen, al dan niet samen met de Raad voor Accreditatie. Naast deze schouwen kan de TloKB ook zelf onderzoek uitvoeren. In de loop van de tijd zal het inzicht toenemen in waar de risico’s binnen het CO-stelsel liggen waardoor het kwaliteitstoezicht door de TloKB zich programmatisch risicogericht ontwikkelt. De TloKB zal na één jaar op basis van de opgedane inzichten, ervaringen en andere informatiebronnen verder invulling geven aan de programmering van het kwaliteitstoezicht. Uitkomst van risicogericht programmeren kan zijn dat een thema bijzondere aandacht verdient. Ook wanneer de TloKB substantieel signalen krijgt dat een bepaald thema extra aandacht verdient, besluit zij een thema in het jaarplan op te nemen. Binnen de programmering van het nalevingstoezicht valt hierbij te denken aan: veel voorkomende (bijna-)ongevallen en de oorzaken van die (bijna-) ongevallen; de informatievoorziening door certificerende instellingen; de informatieoverdracht door de certificaathouder aan bevoegd gezag en derde partijen. Binnen de programmering van het kwaliteitstoezicht valt te denken aan: de ontwikkeling van het aantal (bijna-)ongevallen en de relatie met de onderhoudsschema’s van de installaties. Afhankelijk hiervan besluit de TloKB thematisch te programmeren binnen ofwel het nalevingstoezicht, dan wel het kwaliteitstoezicht. Voor een goede beoordeling van de effectiviteit van het CO-stelsel is van belang om, naast het toezicht op het stelsel zelf, ook over de grenzen van het CO-stelsel heen te kijken. Deze onderwerpen vallen buiten de reikwijdte van het CO-stelsel, maar zijn wel van belang om te volgen om te komen tot een oordeel van werking van het CO-stelsel als geheel. Daarmee vallen de onderwerpen binnen de monitoringstaak van de TloKB. De uitkomsten worden te zijner tijd ook meegenomen in de evaluatie van het CO-stelsel. Denkbare onderwerpen zijn: de ontwikkeling van het marktaandeel van preventief onderhouden gasverbrandingsinstallaties, per type installatie; de ontwikkeling van de frequentie van het preventief onderhoud (jaarlijks of tweejaarlijks) en de relatie van deze frequentie met het optreden van CO-storingen en/of -incidenten; de ontwikkeling van het aantal gevallen waarin installaties die onderhouden worden door gecertificeerde installateurs bij herkeuring afgekeurd worden; de ontwikkeling van de lasten voor certificaathouders voor het vastleggen van de kwaliteit van hun werkzaamheden; het handhavingsbeleid van gemeenten als bevoegd gezag; de wijze waarop de installatiebranche kwaliteit en vakmanschap voor hun leden organiseert; de mate van implementatie van het stelsel en waarop niet-gecertificeerde werkzaamheden plaatsvinden. de ontwikkeling van het aantal incidenten bij installaties die niet onderhouden blijken te zijn; het lerend vermogen van de certificaathouder via verbetering van de interne werkwijze van zijn bedrijf. De TloKB heeft de mogelijkheid naar dit soort onderwerpen eigen onderzoek te doen. De TloKB heeft de wettelijke verplichting om verslag te doen van haar bevindingen aan de Minister voor VRO. Jaarlijks, vóór 1 juli informeert de TloKB de Minister over het functioneren en de effectiviteit van het stelsel. Gezien de ingangsdatum van het CO-stelsel is dit voor het eerst in 2024. Om invulling te geven aan de verslaglegging en de toezichtstaak van de TloKB ten aanzien van de effectiviteit en het functioneren van het stelsel maakt de TloKB in eerste instantie gebruik van de beschikbare informatiebronnen, genoemd in hoofdstuk 3 van dit kader. In aanvulling hierop gebruikt de TloKB de bevindingen uit haar toezicht om aan de Minister verslag te doen.

Rechtspraak bij dit artikel