In deze wet wordt verstaan onder:
Adviescollege: het Adviescollege ICT-toetsing, bedoeld in artikel 2;
centrale overheid: de ministeries, de krachtens publiekrecht ingestelde zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in artikel 4 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de politie en de Raad voor de rechtspraak;
ICT-project: een project of programma, dan wel projecten of programma’s die onderlinge samenhang hebben, van de centrale overheid waarvan de kosten voor de ICT-componenten over de gehele looptijd van het project of programma ten minste € 5.000.000 bedragen;
informatiesysteem: een samenhangend geheel van gegevensverzamelingen, procedures, processen en programmatuur van de centrale overheid, alsmede de voor het informatiesysteem getroffen voorzieningen voor opslag, verwerking en communicatie;
korpschef van politie: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;
Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
Onze Minister die verantwoordelijk is voor de ICT-voorziening: Onze Minister die verantwoordelijk is voor het ICT-project of het informatiesysteem waarop het advies betrekking heeft;
Onze Minister die het aangaat: Onze Minister die de eerste ondertekenaar is van de wet of lagere regelgeving bij welke een zelfstandig bestuursorgaan is ingesteld;
zelfstandig bestuursorgaan: een krachtens publiekrecht ingesteld zelfstandig bestuursorgaan als bedoeld in artikel 4 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
§ 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Wet Adviescollege ICT-toetsing· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2024