Artikel 20a, eerste lid, is aan de orde als aannemelijk is dat in vergelijking met het begin van het oudste jaar waarvan een verlies nog niet is verrekend, het uiteindelijke belang in de belastingplichtige in belangrijke mate is gewijzigd. Door de belangwijziging kunnen verliezen in beginsel niet meer worden verrekend. Voor de toepassing van de bepaling wordt aangesloten bij het moment van de belangwijziging. De meest voorkomende vorm van een wijziging in het uiteindelijke belang in een belastingplichtige is de vervreemding van aandelen. Een belangwijziging kan zich echter ook op andere wijze voordoen. Een wijziging in het uiteindelijke belang wordt daarom materieel getoetst. Daarbij zijn vooral bepalingen betreffende de zeggenschap, winstgerechtigdheid en winstverdeling van belang.
Door de materiële toets kan bij een overdracht van minder dan 30% in het nominale aandelenkapitaal toch sprake zijn van wijziging van het belang in belangrijke mate (en dus tenminste voor 30%). Dat is bijvoorbeeld het geval als die overdracht van een beperkt aandelenbelang wordt gecombineerd met de overdracht van zowel de volledige zeggenschap in belastingplichtige als een omvangrijke vordering waarvan de waarde veel lager is dan de nominale waarde door een zwaar negatief vermogen, berekend naar de waarde in het economische verkeer, van de belastingplichtige. In een dergelijke situatie berust het financiële belang bij vermogen en winst van belastingplichtige ten minste in belangrijke mate en, naar redelijkerwijs is te verwachten, duurzaam bij de schuldeiser en niet bij de aandeelhouders. Zolang de winst de waarde van het vermogen slechts minder negatief maakt, leidt de winst primair tot waardestijging van de vordering en niet tot waardestijging van de aandelen. Door de volledige zeggenschap kan deze waardestijging bovendien op elk gewenst moment worden gerealiseerd door te besluiten tot aflossing. Uit Hoge Raad 18 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:916, volgt dat een wijziging van het financiële belang altijd geldt als een wijziging van het uiteindelijke belang. De verkrijging van het duurzame bezit van het volledige financiële belang door de schuldeiser-aandeelhouder in het hiervoor gegeven voorbeeld is dan ook een wijziging van het uiteindelijke belang in belangrijke mate. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat artikel 20a ook ziet op de handel in winstlichamen (artikel 20a, negende lid).
De omzetting van (een deel van de) gewone aandelen in een vennootschap in cumulatief preferente aandelen heeft gevolgen voor de winstgerechtigdheid en de winstverdeling in die vennootschap. Door de omzetting komt de winst voor zover deze het cumulatief preferente dividend overstijgt, ten goede aan de gewone aandelen. Omzetting van gewone aandelen in cumulatief preferente aandelen kan daardoor een wijziging in het uiteindelijke belang in de belastingplichtige tot gevolg hebben als bedoeld in artikel 20a, eerste lid.
Van een (belangrijke mate van) wijziging in het uiteindelijke belang in de belastingplichtige kan ook sprake zijn bij de uitgifte van nieuwe aandelen, of een geldverstrekking onder zodanige voorwaarden dat deze aangemerkt moet worden als een informele kapitaalverstrekking.
Artikel 20a geldt voor alle belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting, dus ook voor coöperaties. Ook bij coöperaties wordt mede aan de hand van bepalingen betreffende zeggenschap, winstgerechtigdheid en winstverdeling materieel getoetst of het uiteindelijke belang in belangrijke mate is gewijzigd.
In beginsel vervalt het recht op verliesverrekening zodra het uiteindelijke belang in de belastingplichtige in belangrijke mate is gewijzigd. Zowel uit de wettekst van artikel 20a als het systeem volgt dat het recht op verliesverrekening niet herleeft als het uiteindelijke belang in de belastingplichtige terugkeert bij de oorspronkelijke aandeelhouder(s).
Ik ben in beginsel bereid met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen af te wijken van het bovenstaande als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
de verliescompensatie komt uitsluitend ten goede aan de oorspronkelijke aandeelhouders die de verliezen hebben geleden; en
in de prijs van de aandelen is geen vergoeding voor het herleven van de verliescompensatie begrepen; en
gedurende de periode dat het belang in de verliesvennootschap bij derden heeft berust zijn geen latente winsten ontstaan of ingebracht waarmee de verliezen kunnen worden verrekend.
Verzoeken om toepassing van de hardheidsclausule moeten worden gericht aan Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag.
Artikel 20a is niet van toepassing bij een ‘interne verhanging’. Met een interne verhanging wordt de situatie bedoeld waarbij binnen een concern de aandelen in een belastingplichtige door een volledige dochtervennootschap worden overgedragen aan de tophoudstervennootschap of een andere volledige dochtervennootschap. De toepassing van artikel 20a vereist een wijziging in het uiteindelijke belang in de belastingplichtige. Bij interne verhanging binnen concern is daarvan geen sprake. Het uiteindelijke belang in de verhangen vennootschap blijft immers berusten bij (de uiteindelijke aandeelhouders van) de tophoudstervennootschap.
Een interne verhanging moet worden onderscheiden van een ‘interne belangverschuiving’. Met een interne belangverschuiving wordt gedoeld op de verkoop van aandelen in een belastingplichtige aan een andere zittende aandeelhouder in die belastingplichtige.
Een interne belangverschuiving valt wel onder de toepassing van artikel 20a. Over een interne belangverschuiving is door de wetgever opgemerkt dat er in het algemeen geen goede argumenten zijn om anders aan te kijken tegen een overdracht van aandelen door een zittende aandeelhouder aan een andere zittende aandeelhouder dan aan een nieuw toetredende aandeelhouder. In beide gevallen is sprake van een wijziging in het uiteindelijke belang in de belastingplichtige (Kamerstukken II 2000/01, 27 209, nr. 6, p. 40).
In artikel 20a, tweede lid, onderdeel b, is wel een uitzondering gemaakt voor een uitbreiding van het uiteindelijke belang door een persoon die al ten minste een derde deel van het uiteindelijke belang bezit.
Artikel 2
Wijziging in het uiteindelijke belang (artikel 20a, eerste lid)
Onderdeel van Vennootschapsbelasting, verliesverrekening, toepassing artikel 20a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 9 maart 2024