De ontheffing kan worden ingetrokken als:
de ontheffinghouder in afwijking van de ontheffing handelingen verricht waarop het opgravingsverbod, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet, van toepassing is;
de ontheffinghouder niet voldoet aan de aan de ontheffing verbonden verplichtingen;
de ontheffinghouder onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot weigering van de aanvraag om ontheffing zou hebben geleid;
de ontheffing anderszins onjuist was en de ontheffinghouder dit wist of behoorde te weten; of
de ontheffinghouder anderszins in strijd met het bij of krachtens de wet bepaalde handelt.
Artikel 7
Gronden voor intrekking van de ontheffing
Onderdeel van Regeling Erfgoedwet archeologie· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2024