Overtredingen worden ingedeeld naar de klassen zoals gedefinieerd in het AIB.
Als gevolg van het op de markt brengen en het gebruik van niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen en biociden, of het niet volgens de gebruiksvoorschriften toepassen van wel toegelaten gewasbeschermingsmiddelen en biociden, kan de gezondheid van mensen en dieren worden aangetast. Ook kunnen er schadelijke gevolgen zijn voor het milieu. Uitgangspunt van het specifieke interventiebeleid NVWA gewasbeschermingsmiddelen en biociden is dat de ernst van de gevolgen bepalend is voor de indeling van de overtreding in klassen, ongeacht of die gevolgen direct of pas na verloop van tijd optreden.
Tenzij in dit specifieke interventiebeleid anders is bepaald, geldt het volgende:
Bij het beoordelen van de op te leggen interventie wordt rekening gehouden met de ernst van het gevaar (of risico op gevaar) voor mens, dier en milieu, de mate van herstelbaarheid van de overtreding en of er sprake is van ondermijnend gedrag.
Er is sprake van een zware overtreding wanneer er sprake is van (risico op) ernstig gevaar voor mens, dier of milieu, ondermijning van het systeem of een onherstelbare overtreding.
Er is sprake van een middelzware overtreding wanneer er weliswaar geen sprake is van een zware overtreding, maar er niettemin een (risico op) gevaar is voor mens, dier of milieu, ondermijning van het systeem of het een herstelbare overtreding betreft.
Er is sprake van een lichte overtreding wanneer (het gevolg van) een overtreding eenvoudig en snel kan worden beëindigd en het (risico op) gevaar voor de gezondheid van mens, dier en milieu gering is.
In de bijlage van deze beleidsregel zijn de bepalingen van de geldende wetgeving ingedeeld in een overtredingsklasse met bijbehorende interventie(s). Deze bijlage is in te zien op de internetpagina van de NVWA.
Voor de lichte overtredingen geldt dat na een derde constatering van een overtreding wordt overgegaan naar de interventie die volgt op de constatering van een middelzware overtreding.
Overtredingen van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden worden doorgaans bestuurlijk beboet. Indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder deze is begaan daartoe aanleiding geven, legt de NVWA deze voor aan het Openbaar Ministerie. Dit volgt uit artikel 94 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het Openbaar Ministerie beslist of het overgaat tot strafrechtelijke afdoening. Strafrechtelijke afdoening is niet voorbehouden aan een vooraf aan te geven overtreding van een bepaald voorschrift, maar kan in beginsel bij alle overtredingen van de bij of krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden gestelde voorschriften noodzakelijk zijn.
De kolommen ‘interventie bij eerste constatering’ en ‘interventie bij herhaalde overtreding’ in de bijlage van dit document vermelden uitsluitend de bestuurlijke boete als bestraffende sanctie die doorgaans wordt toegepast. Dit laat onverlet dat, als een overtreding zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk kan worden afgedaan, op grond van de specifieke feiten en omstandigheden kan worden besloten om in plaats van een bestuurlijke boete een proces verbaal op te maken ten behoeve van strafrechtelijke afdoening. Op voorhand is niet in de bijlage van dit document aan te geven wanneer wordt overgegaan tot een strafrechtelijke bestraffende sanctie. Daarom vormt deze paragraaf een aanvulling op genoemde kolommen in de bijlage.
Er is sprake van een herhaalde overtreding wanneer tijdens een (her)inspectie opnieuw een overtreding van de wetgeving op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen en biociden wordt vastgesteld, die bij de overtreder binnen de daaraan voorafgaande periode van twee jaar eerder is geconstateerd.
Artikel 3
Werkwijze
Onderdeel van Specifiek interventiebeleid NVWA gewasbeschermingsmiddelen en biociden (IB03-SPEC 05, versie 06)· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 4 april 2024