Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Plafond en wijze van verdeling

Onderdeel van Regeling stimulering schoon en emissieloos bouwen voor medeoverheden· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Het totale rijksbijdrageplafond voor de gehele looptijd van de regeling bedraagt in totaal € 216.000.000 inclusief btw. 2. Het jaarlijkse rijksbijdrageplafond bedraagt: voor het jaar 2024: € 18.000.000 inclusief btw; voor het jaar 2025: € 51.000.000 inclusief btw voor de kosten van de inzet van emissieloze bouwmachines en emissieloze vaartuigen bij aanbestede bouwwerkzaamheden ten behoeve van aanleg, verbetering, beheer en onderhoud en bediening van infrastructuur als bedoeld in de Wet Mobiliteitsfonds, die door een provincie, gemeente of waterschap wordt beheerd; € 20.000.000 inclusief btw voor kosten van de inzet van emissieloze bouwmachines en emissieloze vaartuigen bij aanbestede werkzaamheden die niet onder het tweede lid, onderdeel b, onderdeel 1°, vallen; voor het jaar 2026: € 100.000.000 inclusief btw voor de kosten van de inzet van emissieloze bouwmachines en emissieloze vaartuigen bij aanbestede bouwwerkzaamheden ten behoeve van aanleg, verbetering, beheer en onderhoud en bediening van infrastructuur als bedoeld in de Wet Mobiliteitsfonds, die door een provincie, gemeente of waterschap wordt beheerd; € 20.000.000 inclusief btw voor kosten van de inzet van emissieloze bouwmachines en emissieloze vaartuigen bij aanbestede werkzaamheden die niet onder het tweede lid, onderdeel c, onderdeel 1°, vallen. 3. De verdeling van het rijksbijdrageplafond, bedoeld in het tweede lid, vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen met dien verstande dat: indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt; indien de Minister op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, hij de onderlinge rangschikking van die aanvragen vaststelt door middel van loting. 4. Indien op 1 mei 2026 het rijksbijdrageplafond in het tweede lid, onderdeel c, onderdeel 2°, nog niet voor 80% bereikt is, kan het nog beschikbare geld gebruikt worden voor de kosten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, onderdeel 1°. 5. Indien het rijksbijdrageplafond in het tweede lid, onderdeel c, onderdeel 1°, op enig moment in 2026 volledig bereikt is, kan het rijksbijdrageplafond in het tweede lid, onderdeel c, onderdeel 2°, gebruikt worden voor de kosten genoemd in het tweede lid, onderdeel c, onderdeel 1°. 6. Per aanvrager genoemd in bijlage 2 is voor het betreffende jaar een individueel rijksbijdrageplafond beschikbaar van ten hoogste € 1.000.000 inclusief btw tot en met 30 juni van dat jaar. 7. Vanaf 1 juli tot het sluiten van de aanvraagperiode in het betreffende jaar geldt er geen maximaal rijksbijdrageplafond per aanvrager, met inachtneming van het maximale bedrag per aanvrager over de gehele looptijd van de regeling genoemd in artikel 6, tweede lid. 8. Nieuwe ondertekenaars van het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen worden in bijlage 2 bij de regeling opgenomen vanaf het volgende jaar indien zij dit convenant voor 20 augustus van enig jaar ondertekend hebben. 9. In het jaar dat het totale rijksbijdrageplafond wordt bereikt, wordt het beschikbare bedrag evenredig verdeeld over de medeoverheden die het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen hebben ondertekend. 10. In afwijking van het negende lid hebben nieuwe toetreders tot het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen in het betreffende jaar voorrang boven medeoverheden die reeds een jaarlijks individueel uitkeringsplafond hebben ontvangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel