Criteria aan de hand waarvan in het kader van monitoring en evaluatie als bedoeld in artikel 3.1 de doeltreffendheid en de effecten van het experiment worden bepaald, zijn:
het aantal gevallen waarin:
Onze Minister informatie verstrekt;
de colleges van burgemeester en wethouders informatie verstrekken;
melding wordt gedaan van een fout over de bewerking van gegevens en de verstrekking van informatie;
een ingeschrevene melding doet van een fout in de verdere verwerking van de informatie door een overheidsorgaan of derde;
een mededeling bedoeld in artikel 2.7 wordt gedaan met betrekking tot verstrekte informatie; en
een fout over de verwerking van gegevens en de verstrekking van informatie adequaat en binnen een redelijke termijn wordt opgelost.
de mate waarin:
overheidsorganen en derden aangeven hun taken uit te kunnen voeren met informatie in plaats van gegevens;
het gebruik van informatie verschilt van het gebruik van gegevens door overheidsorganen en derden;
beter kan worden bepaald voor welke concrete doeleinden informatie kan worden verstrekt onder de taak waarvoor reeds is geautoriseerd;
beter uitvoering gegeven kan worden aan artikel 3.11 van de wet;
beantwoording van de vraag of:
de verstrekking van specifieke gegevens achterwege kan blijven door de verstrekking van informatie;
er informatie wordt gegenereerd binnen het experiment die zou moeten worden bijgehouden op de persoonslijsten van ingeschrevenen;
er gegevens ontbreken op de persoonslijst, die zouden moeten worden bijgehouden op de persoonslijst teneinde informatievragen te kunnen beantwoorden;
verplicht gebruik ook zou moeten gelden voor (bepaalde categorieën van) informatie.
de maatschappelijke baten van het experiment opwegen tegen de kosten daarvan.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Criteria
Onderdeel van Besluit experiment dataminimalisatie basisregistratie personen· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 22 april 2024