Teneinde te verzekeren dat een persoon met een uitreisverbod kan voldoen aan de wettelijke legitimatieverplichtingen is in de Wet op de identificatieplicht (WID) en de Paspoortwet voorzien in een ‘vervangende Nederlandse identiteitskaart’ als een geldig identiteitsbewijs op grond van de WID. Het aanvragen van een vervangende identiteitskaart is overigens niet verplicht. Betrokkene kan immers ook over een rijbewijs beschikken om zich mee te identificeren.
Voor het model van de vervangende identiteitskaart is aangesloten bij het ontwerp van de gewone Nederlandse identiteitskaart. De vervangende identiteitskaart verschilt echter in elk geval op twee zichtbare kenmerken. Op de voorzijde is een kader opgenomen met de tekst “not valid for travel!”. Op de achterzijde is de tekst “not valid for travel outside schengen area” opgenomen.
De vervangende identiteitskaart die aan betrokkene kan worden verstrekt, heeft een geldigheidsduur van vijf jaar.
De geldigheidsduur van de vervangende identiteitskaart is dus niet hetzelfde als de (maximale) periode waarvoor een uitreisverbod wordt opgelegd. Het uitreisverbod wordt immers opgelegd voor een periode van maximaal zes maanden, maar kan worden verlengd. De wetgever heeft gekozen voor een geldigheidsduur van vijf jaar, omdat het onwaarschijnlijk is dat een uitreisverbod aan betrokkene gedurende een langere tijd dan vijf jaar zal worden opgelegd.15Kamerstukken II 2015/16, 34 358 (R 2065), nr. 3, blz. 9.
Met een geldigheidsduur van vijf jaar wordt aangesloten bij de geldigheidsduur van een document voor minderjarigen. Zodra het uitreisverbod is opgeheven, kan aan betrokkene weer op aanvraag een regulier reisdocument worden verstrekt.
Het verstrekken van de vervangende identiteitskaart is, net als het verstrekken van een reisdocument, de verantwoordelijkheid van de autoriteit die bevoegd is tot verstrekking van reisdocumenten. Dit betreft dus de burgemeester van de gemeente waar de persoon in de basisregistratie personen staat ingeschreven. Voor personen die niet zijn ingeschreven in een gemeente betreft dit de Minister van Buitenlandse Zaken of daartoe aangewezen grensgemeenten.
Van belang is dat een vervangende identiteitskaart uitsluitend mag worden verstrekt aan een persoon met een uitreisverbod.16Artikel 17 Paspoortwet. Daarbij is vereist dat de aanvrager verblijft binnen het Schengengebied. Een vervangende identiteitskaart wordt derhalve niet verstrekt aan personen die verblijven buiten het Schengengebied.
Nota bene: consequentie is dat de Nederlandse consulaire posten17Naast consulaire posten geldt dit ook voor Nederlandse ambassades en zogeheten externe dienstverleners. Met externe dienstverleners worden private partijen in het buitenland bedoeld die de aanvraag voor een reisdocument of Nederlandse identiteitskaart in ontvangst mogen nemen en het document mogen uitreiken. buiten het Schengengebied geen vervangende identiteitskaart verstrekken. Mocht een persoon met een uitreisverbod zich buiten het Schengengebied toch melden bij een consulaire post, dan zou aan betrokkene een laissez passer richting Nederland kunnen worden verstrekt. Let wel dat betrokkene vermoedelijk in overtreding is van het uitreisverbod en daarover eerst contact moet worden opgenomen met de Nederlandse politie.
Hierbij moet overigens ook rekening worden gehouden met een mogelijke ontheffing van het uitreisverbod, op grond waarvan een reisdocument met een beperkte geldigheidsduur of territoriale geldigheid kan worden verstrekt. Zie hiervoor paragraaf 4, onder: ‘Uitzondering: ontheffing van het uitreisverbod’.
Om vast te stellen of de aanvrager een uitreisverbod is opgelegd, wordt gecontroleerd of betrokkene staat gesignaleerd in het RPS. Indien dat het geval is, neemt de verstrekkende autoriteit contact op met RvIG voor de verificatie en de actualiteit van signalering en van de grondslag. Raadpleeg daarvoor de procesbeschrijvingen die door RvIG zijn opgesteld.18Zie paragraaf 6 van deze circulaire.
Verder geldt dat de aanvrager zijn oude paspoort en/of Nederlandse identiteitskaart moet inleveren bij de aanvraag. In tegenstelling tot een reguliere aanvraag waarbij een aanvrager over het geldige document van hetzelfde type beschikt, mag de aanvrager dus niet tot aan de uitreiking beschikken over zijn oude paspoort en/of Nederlandse identiteitskaart. Deze documenten zijn namelijk van rechtswege vervallen, en moeten op grond van artikel 54 Paspoortwet worden ingehouden. Indien betrokkene dat niet kan, moet hij een schriftelijke verklaring van de autoriteit die zijn eerder uitgereikte reisdocument heeft ingenomen overleggen, dan wel moet hij een verklaring van vermissing afleggen. Raadpleeg de procesbeschrijvingen die door RvIG zijn opgesteld voor een nadere uitleg.19Zie paragraaf 6 van deze circulaire.
Een vervangende identiteitskaart kan niet vervallen worden verklaard. Ook indien het uitreisverbod van betrokkene is opgeheven, leidt dat er niet toe dat de vervangende identiteitskaart ongeldig wordt. Ook als achteraf blijkt dat het uitreisverbod ten onrechte is opgelegd, tast dat de geldigheid van een eventueel verstrekte vervangende identiteitskaart niet aan.
Betrokkene kan uiteraard wel vanaf dat moment dat het uitreisverbod niet meer van kracht is, een gewone Nederlandse identiteitskaart of paspoort aanvragen. Hij moet – bij de uitreiking van zijn nieuwe reisdocument – zijn vervangende identiteitskaart inleveren. Indien de houder wenst in bezit te blijven van de vervangende identiteitskaart naast het aangevraagde reisdocument, moet een verzoek daartoe in alle gevallen worden afgewezen (artikel 30, derde lid, onderdeel b, Paspoortwet).
Gemeenten zullen een tarief voor de vervangende identiteitskaart in hun legesverordening moeten opnemen. Van belang is daarbij dat in artikel 6 van het Besluit Paspoortgelden de maximale leges voor de vervangende identiteitskaart (met een geldigheidsduur van 5 jaren) die in een legesverordening kunnen worden geheven, zijn vastgesteld.
Voor zover gemeenten in hun legesverordening niets hebben geregeld omtrent de vervangende identiteitskaart, is in artikel 7, zesde lid, van de Paspoortwet een vangnetbepaling opgenomen. In dat geval zijn de leges gelijk aan de gewone Nederlandse identiteitskaart voor personen onder de 18 jaar (met een geldigheidsduur van 5 jaren).
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
Artikel 5
De vervangende identiteitskaart
Onderdeel van Circulaire uitreisverbod personen ex Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 24 april 2024