Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 9b.2

Aanvraag subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025, 2025/2026 en 2026/2027· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 19 februari 2026

1. Een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen, voert voorafgaand aan de aanvraag een informatiegesprek met het programmabureau of neemt voorafgaand aan de aanvraag deel aan een informatiebijeenkomst. 2. In afwijking van het eerste lid: voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met Education Lab Netherlands, indien de subsidie wordt aangevraagd voor een vestiging die voor het schooljaar 2025/2026 heeft deelgenomen als een co-creërende vestiging in een co-creatielab, waarbij een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag; voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e, voorafgaand aan de aanvraag een intakegesprek met Education Lab Netherlands; voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met het programmabureau, waarbij een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag; 3. In aanvulling op het eerste lid: voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, een intakegesprek met het programmabureau; voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, een intakegesprek met de aanbieder van het onderzoeks- en verbetercultuurtraject; voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, een intakegesprek met de expertiseschool die een leertraject aanbiedt; voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, een intakegesprek met Education Lab Netherlands. 4. Een bevoegd gezag kan op basis van deze regeling voor vestigingen van eigen scholen per activiteit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, een aanvraag indienen. 5. Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, kan een bevoegd gezag ten behoeve van meerdere schoolteams subsidie aanvragen. Bij vestigingen waar op het moment van de aanvraag meer dan tachtig onderwijsprofessionals werken, indien het een vestiging in het voortgezet onderwijs betreft, mogen maximaal drie schoolteams van minimaal veertig onderwijsprofessionals deelnemen aan de trajecten. Bij vestigingen waar op het moment van aanvraag meer dan dertig onderwijsprofessionals werken, indien het een vestiging in het primair onderwijs betreft, mogen maximaal drie schoolteams van minimaal vijftien onderwijsprofessionals deelnemen aan de trajecten. 6. Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, kan ook door een samenwerking subsidie worden aangevraagd. Een samenwerking bestaat uit maximaal vijf vestigingen. De aanvraag voor een samenwerking geschiedt door een penvoerder. 7. Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a, b, d, e of f, kan worden ingediend van 9 maart 2026, 9.00 uur, tot en met 26 juni 2026, 16.00 uur. 8. Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, kan worden ingediend van 9 maart 2026, 9.00 uur, tot en met 26 juni 2026, 16.00 uur en van 2 oktober 2026, 9.00 uur, tot en met 27 november 2026, 16.00 uur. 9. Subsidieaanvragen die buiten een aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen. 10. De subsidie wordt aangevraagd met het digitale aanvraagformulier dat daartoe op de website van DUS-I beschikbaar is gesteld. 11. De subsidieaanvraag die namens een samenwerking wordt ingediend door de penvoerder, bedoeld in het zesde lid, bevat: een verklaring, ondertekend door de penvoerder, waaruit blijkt dat de deelnemende partijen een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het dertiende lid hebben gesloten; en een vermelding van de vestigingen waaruit de samenwerking bestaat. 12. In de samenwerkingsovereenkomst tussen de penvoerder en de deelnemende partijen, bedoeld in het elfde lid, onderdeel a, wordt in ieder geval opgenomen: de wijze waarop de vestigingen binnen de samenwerking met elkaar gaan samenwerken ten behoeve van deelname als co-creërende vestigingen in een co-creatie lab; de voorgenomen verdeling van de subsidiemiddelen tussen de vestigingen binnen de samenwerking; de wijze van informatieverstrekking en verantwoording aan de penvoerder door de overige vestigingen binnen de samenwerking, zodat de penvoerder aan de verplichtingen in deze regeling kan voldoen. 13. De subsidie, bedoeld in het zesde lid, die wordt verstrekt ten behoeve van een samenwerking, wordt verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke vestiging feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende activiteiten. 14. Onvolledige subsidieaanvragen kunnen, binnen twee weken na de mededeling van de Minister dat de aanvraag onvolledig is, worden aangevuld door de subsidieaanvrager. Blijft tijdige en volledige aanlevering van de gegevens uit, dan wordt de betreffende aanvraag buiten behandeling gesteld. 15. De Minister stelt een model voor de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het elfde lid, elektronisch beschikbaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel