**1.** Het subsidiebedrag per vestiging in het primair onderwijs voor het schooljaar 2025/2026 bedraagt:
€ 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
€ 41.580,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
€ 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
€ 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
€ 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
€ 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–.
**2.** Het subsidiebedrag per vestiging in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2025/2026 bedraagt:
€ 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
€ 110.880,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
€ 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
€ 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
€ 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
€ 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–.
**3.** Voor subsidieontvangers in Caribisch Nederland wordt het in het eerste en tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.
Hoofdstuk 3
Artikel 9f
Subsidiebedrag
Onderdeel van Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025, 2025/2026 en 2026/2027· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 15 februari 2025