Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9f

Subsidiebedrag

Onderdeel van Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025, 2025/2026 en 2026/2027· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 15 februari 2025

1. Het subsidiebedrag per vestiging in het primair onderwijs voor het schooljaar 2025/2026 bedraagt: € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a; € 41.580,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b; € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c. € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d; € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–. 2. Het subsidiebedrag per vestiging in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2025/2026 bedraagt: € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a; € 110.880,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b; € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c. € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d; € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–. 3. Voor subsidieontvangers in Caribisch Nederland wordt het in het eerste en tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel