Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 11

Verdeling van het subsidieplafond

Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling Luchtvaart in Transitie· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 24 maart 2026

1. De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen. 2. De minister kent aan een project een hoger aantal punten toe naarmate: het project meer bijdraagt aan: de doelstellingen van de subsidie; de realisatie van de klimaatdoelstellingen voor 2030, zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord, en; de doelstellingen van Project Luchtvaart in Transitie. de wetenschappelijke excellentie hoger is, wat blijkt uit het aantoonbaar verleggen van kennisgrenzen in het vakgebied, internationale toonaangevendheid van het onderzoek en de mate waarin het onderzoek nieuwe richtingen, concepten of methodes genereert die duurzame impact hebben op de wetenschap; de bijdrage aan de Nederlandse economie groter is; de kwaliteit van het project beter is, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico’s, de uitvoerbaarheid, het samenwerkingsverband en de deelnemende partijen; er twee of meer MKB’s onderdeel zijn van het samenwerkingsverband. 3. De minister kent per onderdeel van het tweede lid ten minste één en ten hoogste tien punten toe. 4. De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend. 5. Geen subsidie wordt verleend voor een project dat lager is gerangschikt dan eenzelfde project of aan een project dat minder dan 5 punten toegewezen heeft gekregen op een onderdeel. 6. Indien onder het desbetreffende subsidieplafond aan twee of meer aanvragen in totaal een gelijk aantal punten is toegekend, wordt er door de minister geloot. Abusievelijk voegt de Staatscourant in het tweede lid een tweede onderdeel d toe.

Rechtspraak bij dit artikel