Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Opportuniteit en (verdere) vervolging

Onderdeel van Aanwijzing opsporing en vervolging buitenlandse corruptie· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2024

De officier van justitie houdt zich bij de opportuniteitsafweging aan artikel 5 van het OESO-verdrag en mag zich niet laten beïnvloeden door overwegingen van nationaal economisch belang, het mogelijke effect op relaties met een andere Staat of de identiteit van betrokken natuurlijke of rechtspersonen. Bij de prioritering van buitenlandse corruptiezaken en de opportuniteitsafweging kunnen de volgende factoren worden meegewogen (niet-limitatief): aanzienlijke omvang van de gift, belofte of dienst en/of tegenprestatie, in absolute zin of in relatieve zin (bijvoorbeeld een aanzienlijk percentage van de contractsom); omkoping is een structureel onderdeel van de wijze van bedrijfsvoering; de betrokkenheid van invloedrijke buitenlandse ambtenaren of politici dan wel hun naaste omgeving (in die zin dat bij betrokkenheid van dergelijke figuren gezien hun voorbeeldrol en/of machtspositie de omkoping ernstiger lijkt dan bij betrokkenheid van minder invloedrijke personen); de steekpenningen komen direct of indirect (bijvoorbeeld als overheidssteun, krediet verzekering, subsidiering, etc.) ten laste van de Nederlandse algemene middelen of ten laste van gelden bestemd voor internationale ontwikkelingshulp; de schade voor het land waar de ambtenaar is omgekocht; de mate waarin er sprake is van concurrentievervalsing; recidive; de mogelijkheden van verder onderzoek en kans op succesvolle vervolging. In het geval verdachten zichzelf melden met betrekking tot door hen of binnen en/of door de eigen onderneming of organisatie gepleegde buitenlandse corruptie en openheid daarover betrachten richting het OM, weegt het OM dat transparant mee in de (wijze van) afdoening en eventuele bestraffing. Als buitenlandse ambtelijke omkoping met een strafbeschikking of transactie wordt afgedaan, wordt dit via een (pers)bericht bekend gemaakt. In het internationale bedrijfsleven mag er geen misverstand over bestaan dat het inschakelen van een derde partij zoals een lokale agent, een vertegenwoordiger of een consultant, de onderneming of organisatie niet vrijwaart van strafbaarheid. Het is een algemeen bekend feit dat dergelijke partijen vaak worden gebruikt bij het betalen van steekpenningen in het buitenland. Nederlandse ondernemingen en organisaties die onvoldoende alert zijn op de aard en omvang van de werkzaamheden van derde partijen, kunnen dan ook strafrechtelijk worden vervolgd.

Rechtspraak bij dit artikel