Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Zorg voor verantwoorde toepassing

Onderdeel van Circulaire Toepassing van staalslak en hoogovenslak(zand) als bouwstof in een werk· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 8 mei 2024

De specifieke kwaliteitseisen (samenstelling en emissie) voor bouwstoffen zijn opgenomen in Bijlage A bij de Regeling bodemkwaliteit 2022. Er is echter reeds geconstateerd dat deze kwaliteitseisen op zichzelf onvoldoende bescherming bieden tegen de thans bekende effecten. Desalniettemin rust op een ieder een zorgplicht om risico's voor mens en milieu (in casu de bodem en het oppervlaktewater) te voorkomen. Het op of in de bodem toepassen van bouwstoffen is een milieubelastende activiteit (artikel 3.48m lid 1 Bal). Het toepassen van bouwstoffen in oppervlaktewater is aangewezen als lozingsactiviteit (artikel 3.48m lid 2 Bal). Voor milieubelastende activiteiten geldt de specifieke zorgplicht uit het Bal (artikel 2.11 Bal). Voor lozingsactiviteiten geldt de specifieke zorgplicht uit de waterschapverordening (artikel 2.4 bruidsschatregels waterschapverordening). Deze zorgplichten eisen van een toepasser van bouwstoffen dat: Alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen worden genomen om nadelige gevolgen voor veiligheid, gezondheid en milieu te voorkomen; Indien die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: deze gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; Als die gevolgen niet voldoende kunnen worden beperkt: het toepassen van de bouwstoffen achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs kan worden gevraagd. Daarnaast schrijft de Regeling bodemkwaliteit 2022 voor dat de producent of leverancier van grond, baggerspecie of bouwstoffen verplicht om in de milieuverklaring bodemkwaliteit de voorwaarden en beperkingen te vermelden die door de toepasser in acht moeten worden genomen (artikel 4.11 Rbk). Ook kunnen aanvullende regels voor de toepassing van bouwstoffen en/of zorgplicht gelden vanuit lokale regelgeving. Toepassing van staalslak en hoogovenslak(zand) als bouwstof in een werk kan leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu. Er dient daarom te worden voorkomen dat deze bouwstoffen worden toegepast in situaties waarin ze ongeschikt zijn voor toepassing. De zorgplicht vereist dat de toepasser maatregelen treft om nadelige gevolgen van uitspoeling naar de bodem en het oppervlaktewater te voorkómen. Als al nadelige gevolgen zijn opgetreden, dienen maatregelen te worden genomen om die gevolgen op te heffen. De zorgplicht is ook van toepassing op stoffen of effecten waarvoor (nog) geen normwaarden zijn vastgesteld. Deze zorgplicht geldt ook bij toepassing van andere bouwstoffen waarbij zich soortgelijke problemen kunnen voordoen. Het wordt afgeraden staalslak en hoogovenslak(zand) zonder adequate voorzieningen te gebruiken in een werk, gezien de grote kans op optreden van nadelige gevolgen voor het milieu. De toepassing van andere soorten bouwstoffen in (voor die bouwstoffen) tot nu toe niet gebruikelijke situaties, zouden in bijzondere gevallen soortgelijke problemen kunnen opleveren als bij de toepassing van staalslak en hoogovenslak(zand). In alle hier genoemde gevallen dient reeds in de ontwerpfase rekening te worden gehouden met de beperkingen en toepassingsvoorwaarden van de te gebruiken bouwstoffen, om nadelige gevolgen voor veiligheid, gezondheid en milieu bij toepassing te voorkomen. In de ontwerpfase kan onder meer gebruik worden gemaakt van de kennis die bij de leverancier van de bouwstof aanwezig is. Bij het voornemen om genoemde bouwstoffen toe te passen wordt dringend verzocht om vroegtijdig contact op te nemen met het bevoegd gezag en om het bevoegd gezag in staat te stellen om te beoordelen of de voorwaarden en beperkingen waaronder men de bouwstoffen wil toepassen voldoende zijn om nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Hiermee wordt geanticipeerd op een voorgenomen besluit tot invoering van een informatieplicht voor toepassing van dergelijke bouwstoffen. Toepassers dienen een milieuverklaring bodemkwaliteit kritisch te controleren, zodat zij weten met welke niet-genormeerde stoffen of parameters zij rekening moeten houden bij de invulling van de zorgplicht op grond van artikel 2.11 Bal. De zorgplicht vraagt telkens voor elke toepassing waarbij sprake is van niet-genormeerde stoffen of parameters om een specifieke, op de situatie afgestemde invulling. In geval van twijfel over de juistheid, volledigheid, interpretatie of actualiteit van een milieuverklaring bodemkwaliteit die hem bij een partij is verstrekt, doet een toepasser er verstandig aan om meer informatie over de kwaliteit of toepassingvoorwaarden in te winnen bij degene die de milieuverklaring heeft opgesteld of om contact op te nemen met het bevoegd gezag. Onder de Regeling bodemkwaliteit 2022 is de verplichting opgenomen om de ‘waarschijnlijke aanwezigheid’ van een niet-genormeerde stof of andere relevante parameter in een partij te onderzoeken en in de milieuverklaring bodemkwaliteit te vermelden. In de begripsomschrijving van een niet-genormeerde stof in artikel 1.1 lid 1 Rbk 2022 is aangegeven dat het een stof betreft die niet is vermeld in bijlage A (bouwstoffen) of bijlage B (grond en baggerspecie) bij de Rbk en die de partij ongeschikt kan maken voor het toepassen volgens de toepassingsregels. De toepassingsregels zijn opgenomen in paragraaf 4.123 (bouwstoffen) Bal, paragraaf 4.124 (grond en baggerspecie) Bal en in artikel 2.11 (zorgplicht) Bal. De producent of leverancier van grond, baggerspecie of bouwstoffen is verplicht om in de milieuverklaring bodemkwaliteit de voorwaarden en beperkingen te vermelden die door de toepasser in acht moeten worden genomen. De producent of leverancier moet zich ervan bewust zijn dat hij op onvolledigheid of onjuistheid van een door hem afgegeven milieuverklaring bodemkwaliteit kan worden aangesproken. Ik ga ervan uit dat producenten en leveranciers van staalslak en hoogovenslak(zand) voldoende kennis hebben van de mogelijke effecten op de bodem, het oppervlaktewater en de gezondheid van de direct betrokkenen bij de toepassing van deze bouwstoffen in de verschillende situaties die zich kunnen voordoen. Ik verzoek producenten en leveranciers om uiterste zorg te betrachten bij de beslissing om tot levering van deze bouwstoffen over te gaan en ook dat potentiële afnemers in een vroeg stadium worden geïnformeerd over de voorwaarden en beperkingen die een toepasser in acht moet nemen. Hetzelfde beroep op verantwoordelijkheid en het in acht nemen van uiterste zorg doe ik op andere organisaties die bij het ontwerp en aanleg van werken met deze bouwstoffen zijn betrokken. De kwaliteit van de bouwstoffen moet op het moment van toepassen bekend zijn. Het bevoegd gezag kan controleren of er bij toepassing van een partij bouwstoffen een milieuverklaring bodemkwaliteit aanwezig is. Mocht het bevoegd gezag twijfels hebben over de juistheid, volledigheid, interpretatie of actualiteit van een milieuverklaring bodemkwaliteit, dan kan het de toepasser daarop wijzen. Het bevoegd gezag kan de toepasser erop wijzen dat hij het risico loopt dat de partij niet aan de toepasselijke milieukwaliteitseisen voldoet, met alle consequenties van dien. De toepasser wordt zo in staat gesteld nadere actie te ondernemen, zoals aanvullende informatie over de partij vragen aan de producent of leverancier en zo nodig aanvullend onderzoek laten doen om alsnog aan de ontbrekende informatie te komen die hij nodig heeft om te kunnen beoordelen of de partij voldoet aan de toepassingsregels van het Bal. Een bevoegd gezag dat tekortkomingen constateert in een milieuverklaring bodemkwaliteit die bij een melding is gevoegd kan dat doorgeven aan de ILT. De ILT is namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat belast met het toezicht en de handhaving in het kader van het Besluit bodemkwaliteit.De ILT kan dan de nodige actie ondernemen om te voorkomen dat in de toekomst opnieuw dergelijke milieuverklaringen bodemkwaliteit worden afgegeven. Mocht achteraf blijken dat een toegepaste partij niet aan de toepassingsregels voldoet, dan ga ik ervan uit dat bestuursrechtelijke maatregelen worden getroffen op grond van de specifieke zorgplicht uit artikel 2.11 van het Bal of eventuele van toepassing zijnde zorgplichten die door het bevoegd gezag zijn opgenomen in lokale regelgeving. Dit kan in het meest vergaande geval betekenen dat toegepast materiaal weer moet worden verwijderd. Gezien de zorgplichten moeten leveranciers, gebruikers en toezichthouders zich in alle gevallen rekenschap geven van de specifieke eigenschappen van deze bouwstoffen en bij de toepassing daarvan uiterste zorgvuldigheid in acht nemen. Dit omvat zowel de diverse milieuhygiënische aspecten bij toepassingen, als het zorgdragen voor persoonlijke veiligheid en arbeidshygiëne van werknemers en andere betrokkenen in de omgeving (verplichtingen voortvloeiend uit de Arbeidsomstandighedenwet- en regelgeving), mede door gebruikmaking van aanwijzingen in de betreffende materiaalveiligheidsbladen. Het Openbaar Ministerie is bevoegd om in voorkomende gevallen over te gaan tot strafrechtelijke handhaving van deze zorgplichten. Door middel van onderzoek zal het beeld van toepassingen van slakken en andere bouwstoffen waarbij zich soortgelijke problemen zouden kunnen voordoen, mogelijke effecten daarvan en oplossingen daarvoor, worden gecompleteerd. Resultaten van dat onderzoek zullen worden gebruikt bij de herijking van het normenkader voor de toepassing van bouwstoffen. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel