In de arrondissementen, bedoeld in artikel 4 tot en met 13 van de Wet op de rechterlijke indeling, zijn de ambtenaren van de Dienst Vervoer en Ondersteuning, bevoegd tot:
het verrichten van de dienst bij de gerechten, bedoeld in artikel 124, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 36d, derde lid, 373, 391, 541, tweede lid, en 6:1:5, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot personen die zich bevinden in de gerechtsgebouwen in de arrondissementen, bedoeld in artikel 5 tot en met 13 van de Wet op de rechterlijke indeling.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Aanwijzingsbesluit ambtenaren Dienst Vervoer en Ondersteuning· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2024