Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.2

Vertegenwoordigers

Onderdeel van Beleidsregel verantwoord spelen 2024· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 3 juni 2024

1. Onder de beschikbaarheid van vertegenwoordigers voor overleg in persoon met de raad van bestuur en andere ter zake relevante in Nederland werkzame organisaties, als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit kansspelen op afstand, verstaat de raad van bestuur dat vertegenwoordigers in beginsel binnen twee werkdagen digitaal of binnen vijf werkdagen in persoon kunnen overleggen. 2. Onder de deskundigheid van vertegenwoordigers, als bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, van het Besluit kansspelen op afstand, verstaat de raad van bestuur, onverminderd de overige bij of krachtens de wet gestelde eisen, dat vertegenwoordigers in ieder geval voldoende kennis hebben over: het zorgstelsel in Nederland, waaronder de soorten hulp voor spelers, de inhoud van de hulp, de wijze waarop de doorverwijzing naar de hulp is georganiseerd, de directe beschikbaarheid van de hulp en de kosten die aan de hulp verbonden zijn; relevante ontwikkelingen en (recente) wetenschappelijke inzichten op het gebied van kansspelverslaving en het voorkomen daarvan; de uitvoering van het kansspelaanbod van de vergunninghouder; het functioneren van de organisatie van de vergunninghouder, waaronder ook kennis van de risicoanalyses ten aanzien van het kansspelaanbod van de vergunninghouder; en de uitvoering van het verslavingspreventiebeleid en het reclame- en wervingsbeleid van de vergunninghouder. 3. De raad van bestuur kan gegevens en bescheiden opvragen bij de vergunninghouder ten behoeve van het vaststellen van de deskundigheid van vertegenwoordigers. 4. Het belang van de goede uitvoering van de bij of krachtens de wet gestelde bepalingen met betrekking tot het voorkomen van kansspelverslaving, waarvoor de vertegenwoordigers, als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit kansspelen op afstand, zijn aangewezen, is in ieder geval onvoldoende geborgd, indien de vertegenwoordigers onvoldoende bijdragen aan de ontwikkeling, de uitvoering of het onderhoud van het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder. Daarvan is in ieder geval sprake als: het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder of de uitvoering daarvan onvoldoende aansluit bij de in Nederland aangeboden hulp of de behoeften van de spelers in Nederland; de vertegenwoordigers onvoldoende functioneren als aanspreekpunt voor de verslavingszorg en andere hulpinstanties, deskundigen, ervaringsdeskundigen of toezichthouders; de vertegenwoordigers voor de goede uitoefening van hun werkzaamheden de Nederlandse taal of een andere, voor de raad van bestuur en andere ter zake relevante in Nederland werkzame organisaties, als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit kansspelen op afstand, begrijpelijke taal niet of onvoldoende beheersen; of de vertegenwoordigers onvoldoende als onderdeel van het lokale netwerk een goede samenwerking op het gebied van preventie en het tegengaan van kansspelverslaving bevorderen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel