**1.** Een houder van een kindercentrum:
organiseert de kinderopvang op zodanige wijze;
voorziet het kindercentrum zowel kwalitatief als kwantitatief zodanig van personeel en materieel;
draagt zorg voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling; en
voert een zodanig pedagogisch, veiligheids-, gezondheids-, educatief en organisatiebeleid;
dat een en ander redelijkerwijs leidt tot verantwoorde kinderopvang.
**2.** Ter uitvoering van het eerste lid besteedt een houder van het kindercentrum in ieder geval aantoonbaar aandacht aan:
het aantal beroepskrachten in relatie tot het aantal kinderen per leeftijdscategorie;
de groepsgrootte;
het dagritme en een gevarieerd activiteitenprogramma;
de herkenbaarheid van ruimtes en personen;
de opleidingseisen, scholingseisen en ervaringseisen waaraan beroepskrachten voldoen;
de voorwaarden waaronder en de mate waarin beroepskrachten in opleiding en stagiairs kunnen worden belast met de verzorging, opvoeding en bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen;
het volgen van de ontwikkeling van kinderen en het signaleren van bijzonderheden, waaronder door middel van een begeleidingsplan indien bijzonderheden worden gesignaleerd;
het voorkomen van ontwikkel- en leerachterstanden door het programma af te stemmen op wat kinderen nodig hebben.
**3.** Een houder van een kindercentrum past een programma voor voorschoolse educatie toe bij kinderen die gebruikmaken van dagopvang.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de voorwaarden voor verantwoorde kinderopvang bij een kindercentrum waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen dagopvang, buitenschoolse opvang, die betrekking kunnen hebben op:
de veiligheid en de gezondheid;
de minimale opleidingseisen, scholingseisen en ervaringseisen voor beroepskrachten;
de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs;
het aantal beroepskrachten in relatie tot het aantal kinderen per leeftijdscategorie;
de groepsgrootte, en de herkenbaarheid van ruimtes en personen;
het pedagogisch beleid en de pedagogische praktijk;
het educatieve beleid in het kader van het voorkomen en bestrijden van ontwikkel- en leerachterstanden, waaronder voorschoolse educatie;
de accommodatie en de inrichting van de ruimte die bestemd is voor kinderopvang;
de beschikbare ruimte voor kinderen;
kwaliteitszorg en de professionele kwaliteitscultuur;
het dagritme en het gevarieerde activiteitenprogramma;
het volgen van de ontwikkeling van kinderen en het signaleren van bijzonderheden, waaronder door middel van een begeleidingsplan indien bijzonderheden worden gesignaleerd.
**5.** Bij of krachtens eilandsverordening worden nadere regels gesteld omtrent de voorwaarden voor kinderopvang, die betrekking kunnen hebben op:
het taalniveau van een beroepskracht;
aanvullende opleidingseisen, scholingseisen en ervaringseisen voor een beroepskracht;
gezonde voeding;
lokale partners met wie de houder van een kindercentrum afspraken maakt ten behoeve van de optimale ontwikkeling van kinderen.
Hoofdstuk 2 › § 2
Artikel 2.4
Kwaliteit kinderopvang kindercentrum
Onderdeel van Wet kinderopvang BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026