Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 4

Artikel 3.16

Aanvullende tegemoetkoming voor plusopvang

Onderdeel van Wet kinderopvang BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

1. Onze Minister kan op aanvraag een aanvullende tegemoetkoming verstrekken aan een houder van een kindercentrum of een gastouder voor de extra kosten van plusopvang, indien die kosten: worden gemaakt om te voldoen aan de voorwaarden voor plusopvang, bedoeld in artikel 2.17; en betrekking hebben op de inzet van beroepskrachten, de accommodatie of de ruimtes binnen dat kindercentrum of die voorziening voor gastouderopvang. 2. Onze Minister verzoekt het bestuurscollege te adviseren over de aanvraag, bedoeld in het eerste lid. 3. Onze Minister kan een beschikking omtrent de aanvullende tegemoetkoming voor plusopvang tot vijf jaren na betaling wijzigen of intrekken: indien een wijziging is opgetreden in de gegevens, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid; op grond van feiten of omstandigheden waarvan Onze Minister bij de verstrekking redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de tegemoetkoming vermoedelijk op een te hoog bedrag is vastgesteld; of indien de tegemoetkoming op een te hoog bedrag is vastgesteld en de houder van het kindercentrum of de gastouder dit wist of behoorde te weten. 4. Indien de aanvullende tegemoetkoming voor plusopvang als gevolg van een wijziging of intrekking geheel of gedeeltelijk onverschuldigd is betaald, kan de tegemoetkoming worden teruggevorderd voor zover die onverschuldigd is betaald. 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de aanvullende tegemoetkoming voor plusopvang, die betrekking kunnen hebben op: de voorwaarden voor toekenning van de tegemoetkoming; de hoogte van de tegemoetkoming en de duur en frequentie van de betaling daarvan, die per openbaar lichaam kunnen verschillen en onder meer afhankelijk kunnen zijn van: de opvangsoort; het kostenniveau in het openbaar lichaam; de extra ondersteuningsbehoefte van het kind; het aantal en het niveau van opleiding, scholing en ervaring van de beroepskrachten; indexering van de tegemoetkoming. 6. Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke gegevens bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel