De artikelen 4:89 tot en met 4:102, 4:104 tot en met 4:108, 4:110 tot en met 4:117, 4:119, 4:120, eerste en derde lid, en 4:121 tot en met 4:125 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op de aanmaning en invordering van een last onder dwangsom of bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 5.6 respectievelijk artikel 5.7, met dien verstande dat moet worden gelezen voor:
de in artikel 4:93, derde lid, van die wet opgenomen verwijzing naar artikel 129, eerste en tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek: artikel 129, eerste en tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek BES;
de in artikel 4:98, eerste lid, van die wet opgenomen verwijzing naar de artikelen 119, eerste en tweede lid, en 120, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek: de artikelen 119, eerste en tweede lid, en 120 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek BES;
de in artikel 4:98, derde lid, van die wet opgenomen verwijzing naar artikel 125 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek: artikel 125 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek BES;
de in artikel 4:105, eerste lid, van die wet opgenomen verwijzing naar artikel 316, eerste en tweede lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: artikel 316, eerste en tweede lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES;
de in artikel 4:110, derde lid, van die wet opgenomen verwijzing naar artikel 324 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: artikel 324 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES;
de in de artikelen 4:116 en 4:123, eerste lid, van die wet opgenomen verwijzing naar het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES;
de in artikel 4:123, tweede lid, opgenomen verwijzing naar de artikelen 438 en 438a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: de artikelen 438 en 438a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.
Hoofdstuk 5 › § 3
Artikel 5.9
Aanmaning en invordering
Onderdeel van Wet kinderopvang BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026