Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Statusverlies van de beleggingsinstelling

Onderdeel van Vennootschapsbelasting, dividendbelasting; fiscale beleggingsinstelling; toepassing artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 11 juni 2024

Alleen beleggingsinstellingen kunnen een herbeleggingsreserve vormen. De vraag is gesteld of het vervallen van de status van beleggingsinstelling tot gevolg heeft dat het karakter van de herbeleggingsreserve als gestort kapitaal wijzigt. Zou dat het geval zijn dan wordt alsnog een claim gevestigd op tijdens de statusperiode opgebouwde vermogenswinsten. Goedkeuring Voor de heffing van dividendbelasting wordt de herbeleggingsreserve aangemerkt als gestort kapitaal (artikel 3b Wet DB). Voor zover nodig keur ik goed dat deze bepaling ook geldt na het verlies van de status van beleggingsinstelling. Bij statusverlies van de beleggingsinstelling vindt dus geen vrijval (in de winst) van de herbeleggingsreserve plaats. Op uitkeringen ten laste van de voormalige herbeleggingsreserve is artikel 3, eerste lid, onderdeel d, Wet DB overigens wel van toepassing. Uitkeringen ten laste van de herbeleggingsreserve dienen na statusverlies van de beleggingsinstelling op dezelfde wijze te worden behandeld als uitkeringen ten laste van de agioreserve. De in onderdeel 7.2 opgenomen goedkeuring is niet langer van toepassing aangezien deze uitsluitend betrekking heeft op een uitkering uit de herbeleggingsreserve door een beleggingsinstelling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel