**1.** In aanvulling op artikel 17 van het Kaderbesluit is de subsidieontvanger verplicht het project binnen 36 maanden na de subsidieverlening af te ronden.
**2.** In aanvulling op het eerste lid is de exploitant van het waterstoftankstation bij de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, verplicht een van de volgende soorten waterstof te leveren:
blauwe waterstof, te weten waterstof geproduceerd uit fossiele brandstoffen, waarbij gebruikt wordt gemaakt van CO2-afvang en opslag;
waterstof als bijproduct uit chlor-alkali-proces op basis van gecertificeerde hernieuwbare elektriciteit;
waterstof verkregen uit steam methane reforming op basis van gecertificeerd groen gas; of
hernieuwbare waterstof.
**3.** In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger bij de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen betreft, verplicht er zorg voor te dragen dat het nieuwe emissievrije waterstofvoertuig gedurende 48 maanden vanaf de datum van de eerste inschrijving en tenaamstelling, of registratie van het verstrekkingsvoorbehoud bedoeld in artikel 25 van het Kentekenreglement, ononderbroken op zijn naam is gesteld of een verstrekkingsvoorbehoud op zijn naam is geregistreerd in het kentekenregister.
**4.** De verplichting bedoeld in het derde lid geldt niet indien de subsidieontvanger het nieuwe emissievrije waterstofvoertuig vervangt door een ander nieuw emissievrij waterstofvoertuig dat ook in aanmerking zou zijn gekomen voor subsidie op grond van deze paragraaf en dit andere voertuig gedurende de nog resterende termijn van de periode, genoemd in het tweede lid, op zijn naam is gesteld of middels een verstrekkingsvoorbehoud op zijn naam is geregistreerd.
**5.** De uitzondering van het vierde lid geldt niet wanneer de subsidieontvanger voor het vervangende nieuwe emissievrije waterstofvoertuig subsidie aanvraagt.
**6.** Indien het nieuwe emissievrije waterstofvoertuig wordt vervangen door een ander nieuw emissievrij waterstofvoertuig als bedoeld in het vierde lid, is de subsidieontvanger verplicht om gedurende de in dat lid bedoelde resterende termijn te beschikken over het vervangende nieuwe emissievrije waterstofvoertuig.
**7.** In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger bij de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het betreft retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, verplicht gedurende 48 maanden na het sluiten van de overeenkomst op basis waarvan de retrofitting heeft plaatsgevonden het emissievrije waterstofvoertuig, zonder overdracht aan derden, in eigendom te hebben.
**8.** In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger bij de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, tweede en derde lid, verplicht er zorg voor te dragen het emissievrije logistieke waterstofwerktuig gedurende 48 maanden na het sluiten van de overeenkomst op basis waarvan de aanschaf of retrofitting heeft plaatsgevonden, zonder overdracht aan derden, in eigendom te hebben.
**9.** De Minister kan op verzoek van de subsidieontvanger uitstel verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, indien de subsidieontvanger kan aantonen dat de benodigde tijd voor de realisatie van het project langer is dan 36 maanden.
**10.** Het project eindigt na het verlenen van uitstel als bedoeld in het negende lid uiterlijk 48 maanden na de subsidieverlening.
**11.** De Minister kan in de beschikking tot subsidieverlening nadere verplichtingen opleggen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.12
Verplichtingen subsidieontvanger
Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 14 maart 2026