Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.5

Subsidiabele kosten

Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 februari 2026

1. Voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het betreft de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation, zijn subsidiabel de kosten die op grond van artikel 36bis, 56ter of 56quater van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor subsidie in aanmerking komen. 2. Indien loonkosten op grond van het eerste lid voor subsidie in aanmerking komen, worden de kosten van de gewerkte uren berekend op basis van een uurtarief voor directe loonkosten. 3. Het uurtarief voor de directe loonkosten wordt bepaald door de directe loonkosten per jaar te delen door het aantal contracturen per jaar. 4. Voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, tweede of derde lid, voor zover het betreft de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen, of voor retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, waardoor deze als emissievrij lichte of zware waterstofvoertuigen kwalificeren, zijn subsidiabel de kosten die op grond van artikel 36ter van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor subsidie in aanmerking komen. 5. In afwijking van het vierde lid zijn de kosten voor de aanschaf of retrofitting van een emissievrij licht waterstofvoertuig van categorie M1 slechts subsidiabel indien het een voor rolstoelen toegankelijk voertuig betreft als bedoeld in artikel 86c van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het voertuig over meer dan vier zitplaatsen beschikt. 6. Voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, tweede en derde lid, voor zover het waterstofwerktuigen betreft, zijn subsidiabel de kosten die op grond van artikel 36, vierde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor subsidie in aanmerking komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel