Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.8

Rangschikkingscriteria

Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 februari 2026

1. Aanvragen voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het betreft de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation dat geschikt is of wordt voor zwaar wegvervoer, worden beoordeeld op: de mate waarin de financiële middelen effectiever en efficiënter worden ingezet, blijkend uit de hoogte van de gevraagde subsidie afgezet tegen de dagcapaciteit vermenigvuldigd met het aantal tankpunten van het waterstoftankstation, te waarderen met maximaal 70 punten; de fase waarin de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor het waterstoftankstation verkeert, te waarderen met maximaal 10 punten; de dagcapaciteit van het waterstoftankstation en de opschaalbaarheid van de dagcapaciteit, te waarderen met maximaal 5 punten; het aantal onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten dat geschikt is voor wegvervoer, zoals blijkt uit de aangevraagde of verleende omgevingsvergunning, te waarderen met maximaal 5 punten; openbare toegankelijkheid, te waarderen met 10 punten. 2. Aanvragen voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, derde lid, worden beoordeeld op de mate waarin de financiële middelen effectiever en efficiënter worden ingezet, blijkend uit de hoogte van het gevraagde subsidiepercentage afgezet tegen het maximale percentage subsidie dat kan worden aangevraagd, te waarderen met maximaal 100 punten. 3. De hoogte van de score ten aanzien van de criteria bedoeld in het eerste en tweede lid geschiedt met inachtneming van de nadere uitwerking hiervan zoals opgenomen in bijlage 2. 4. Bij een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, worden de scores bedoeld in het derde lid bij elkaar opgeteld. 5. Indien de aanvrager aantoont dat het waterstoftankstation uitsluitend hernieuwbare waterstof levert, ontvangt de aanvraag 5 punten bovenop de score zoals deze volgt uit toepassing van het vierde lid. 6. De Minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan de aanvraag zijn toegekend. 7. Indien subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, wordt aangevraagd voor een openbaar toegankelijk waterstoftankstation in een gemeente die is opgenomen in bijlage 1, plus maximaal 10 rijkilometers vanaf de gemeentegrens, heeft deze aanvraag, in afwijking van het bepaalde in het zesde lid, voorrang op aanvragen van een samenwerkingsverband waarvoor geldt dat het waterstoftankstation is of wordt gevestigd in een gemeente die niet in bijlage 1 is opgenomen. 8. Indien meerdere aanvragen worden ingediend door samenwerkingsverbanden waarvan het openbaar toegankelijke waterstoftankstation is of wordt gevestigd in een gemeente die is opgenomen in bijlage 1, geldt de voorrangsregel uit het zevende lid uitsluitend voor de aanvraag die de hoogste score heeft behaald zoals deze volgt uit toepassing van het vierde en vijfde lid. 9. Indien aanvragen na toepassing van het achtste lid op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting en geldt de voorrangsregel uit het zevende lid uitsluitend voor de aanvraag die als hoogste is gerangschikt. 10. Indien na toepassing van het zesde tot en met negende lid aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel