Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 2 april 2025

In deze paragraaf wordt verstaan onder: afrit: het punt waar uitwisseling kan plaatsvinden tussen een A- of N-weg en het onderliggend wegennet; hernieuwbare elektriciteit: elektriciteit als bedoeld in artikel 2, punt 102 quinquies, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; ingang: het punt waarop de toegangsweg overgaat in het terrein waarop de laadinfrastructuur staat of komt te staan; laadinfrastructuur: oplaadinfrastructuur als bedoeld in artikel 2, punt 102bis, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; laadlocatie: locatie met een of meer laadstations met daarbij behorende laadplekken of laadparkeervakken; laadpunt: laadpunt als bedoeld in artikel 2, punt 48, van verordening 2023/1804; laadstation: laadstation als bedoeld in artikel 2, punt 52, van verordening 2023/1804; stationaire batterij: systeem voor het opslaan en op een later tijdstip leveren van elektriciteit, dat zich niet bevindt in een elektrisch voertuig, maar wel communiceert met het laadstation; zwaar elektrisch wegvervoer: wegvervoer door elektrische voertuigen van categorie M3, N2 of N3 volgens verordening 2018/858.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel