**1.** Indien de aangevraagde subsidie ten minste € 25.000 bedraagt, bevat een aanvraag tot subsidieverlening voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.3.3, eerste lid, naast de in artikel 10 van het Kaderbesluit genoemde gegevens ten minste:
gegevens over de aanvrager, waaronder het inschrijfnummer bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het bankrekeningnummer;
een mkb-verklaring indien de aanvrager een mkb-onderneming is;
gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
de doelgroep waartoe de gebruikers van de laadinfrastructuur behoren;
de postcode van de locatie waar de laadinfrastructuur wordt aangelegd;
een contract met de netbeheerder dat de voorziene netcapaciteit dekt;
een offerte met merk, type en specificaties van de laadstations en met de installatiekosten waaruit het aantal laadpunten, het vermogen aan het laadpunt en het vermogen van elk laadstation blijkt en waaruit blijkt dat:
het laadsysteem permanent met het internet is verbonden en waarbij de communicatie volgens het Open Charge Point Protocol versie 1.6 of hoger verloopt teneinde sturing van het laden mogelijk te maken; en
het project gelet op de realisatiedatum uiterlijk 24 maanden na de verlening kan worden afgerond;
hoogte van het bedrag van eventuele reeds aangevraagde of ontvangen subsidies van een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Unie voor de aanleg van laadinfrastructuur op dezelfde locatie.
**2.** In afwijking van eerste lid, onderdeel f, overlegt de aanvrager een capaciteitsberekening waarin wordt aangetoond dat de benodigde netcapaciteit binnen 24 maanden na de verlening gerealiseerd wordt, indien de benodigde netcapaciteit meer dan 50% is van het maximaal beschikbare vermogen op de huidige aansluiting, zoals blijkt uit het contract bedoeld in het eerste lid, onderdeel f.
**3.** In aanvulling op eerste lid bevat de aanvraag voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.3.3, derde lid:
een offerte met opslagcapaciteit, vermogen en C-waarde van de stationaire batterij, waaruit tevens blijkt dat de batterij communiceert met het laadstation waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
**4.** Een OV-concessiehouder:
overlegt niet de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen e en f, en het tweede lid;
vermeldt de datum van de gunning van de concessie waaruit blijkt dat hij batterij-elektrische bussen inzet.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.12
Aanvraag aanleg laadinfrastructuur vanaf € 25.000
Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026