Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.7b

Subsidieplafond en wijze van verdelen 2026

Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 3 juni 2026

1. Voor OV-concessiehouders en touringcarbedrijven bedraagt het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.3.3, eerste en derde lid, voor het jaar 2026 € 9.000.000. 2. Voor andere aanvragers dan OV-concessiehouders of touringcarbedrijven bedraagt het subsidieplafond voor het jaar 2026: voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.3.3, eerste lid: € 68.500.000; voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.3.3, derde lid: € 45.000.000. 3. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, waarbij geldt dat aanvragen als bedoeld in artikel 2.3.7a, vijfde lid, voorrang hebben op overige aanvragen. 4. Voor een volledige aanvraag als bedoeld in artikel 2.3.11 die in 2026 is ingediend op de dag dat of nadat het subsidieplafond is bereikt, en die na de loting bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel b van het Kaderbesluit geen subsidie ontvangt, geldt als datum van indiening de eerste dag waarop in het daaropvolgende jaar een aanvraag kan worden gedaan. 5. In afwijking van het derde lid vindt, indien een gevraagde subsidie niet geheel doch voor ten minste 70 procent kan worden verstrekt omdat een subsidieplafond bijna is bereikt, overleg plaats met de aanvrager.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel