Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 31 januari 2025

In deze paragraaf wordt verstaan onder: concessiehouder: vergunninghoudende vervoerder als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000, van een concessie voor openbaar busvervoer; emissieloos: emissieloos als bedoeld in artikel 86c van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; emissieloze touringcar: emissieloos batterij-elektrisch motorvoertuig dat blijkens het kentekenregister of een aantekening op het kentekenbewijs is goedgekeurd voor een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur; groep: groep als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek; kleine onderneming: kleine onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede of derde lid, van bijlage I bij de algemene groepsvrijstellingsverordening; middelgrote onderneming: mkb-onderneming die niet kwalificeert als kleine onderneming; nieuwe emissieloze touringcar: emissieloze touringcar waarvan, blijkens vermelding in het kentekenregister, de datum eerste toelating, de datum eerste inschrijving in Nederland en de datum tenaamstelling, gelijk zijn; offerte: formeel, schriftelijk, aanbod tot het sluiten van een overeenkomst voor de aanschaf van een nieuwe emissieloze touringcar, opgesteld op verzoek van de aanvrager; openbaar busvervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer met een bus volgens een dienstregeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel