**1.** Het subsidieplafond voor aanvragers als bedoeld in artikel 2.4.4, onderdeel a, bedraagt:
voor het jaar 2025: € 3.500.000;
voor het jaar 2026: € 2.290.000.
**2.** Het subsidieplafond voor aanvragers als bedoeld in artikel 2.4.4, onderdeel b, bedraagt:
voor het jaar 2025: € 3.500.000;
voor het jaar 2026: € 10.000.000.
**3.** Indien een subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid voor dat jaar ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de voor dat jaar onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid.
**4.** Indien een subsidieplafond als bedoeld in het tweede lid voor dat jaar ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de voor dat jaar onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het eerste lid.
**5.** De minister stelt het subsidieplafond vast voor de jaren na 2025 en geeft hiervan kennis in de Staatscourant voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor het betreffende subsidieplafond wordt vastgesteld.
**6.** De minister verdeelt de in de betreffende subsidieperiode beschikbare gelden op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 2.4.7
Subsidieplafond en wijze van verdelen
Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026