Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Beschrijving

Onderdeel van Richtlijn voor strafvordering mensenhandel· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2024

De richtlijn is van toepassing op gevallen van mensenhandel in de zin van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, met uitzondering van mensenhandel met het oogmerk van orgaanverwijdering. Voor deze uitzonderlijke vorm van mensenhandel is maatwerk geboden. In deze richtlijn worden de diverse vormen van uitbuiting uitgewerkt (seksuele uitbuiting, dienstbaarheid en arbeidsuitbuiting, criminele uitbuiting en gedwongen bedelarij), alsmede de strafmaat beïnvloedende factoren. Mensenhandel maakt een grove inbreuk op de menselijke waardigheid, persoonlijke vrijheid en de lichamelijke en geestelijke integriteit van slachtoffers. Het delict heeft bovendien een ondermijnend karakter, onder andere door het financiële oogmerk. Mensenhandel heeft hoge prioriteit in de opsporing en vervolging. Deze richtlijn is gericht op verdachten van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht (waaronder mede wordt begrepen degenen die voordeeltrekken uit de uitbuiting). Op degenen die seksuele diensten afnemen van slachtoffers van mensenhandel, kunnen tevens de artikelen 273g, 245 lid 1 onder d en 246 lid 1 onder d van het Wetboek van Strafrecht van toepassing zijn. Voor zover het bij deze bepalingen gaat het om het afnemen van seksuele diensten tegen betaling van minderjarigen, is de Richtlijn seksueel misbruik van minderjarigen van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel