Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Verzorging eerstelijnsvoorziening voor het publiek

Onderdeel van Gewijzigde tijdelijke subsidieregels Aangepast Lezen 2023–2026· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 5 juli 2024

1. Voor de verzorging van de eerstelijnsvoorziening voor het publiek als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a, wordt uitsluitend subsidie verleend wanneer deze activiteit voldoet aan de volgende criteria: de dienstverlening en het aanbod zijn specifiek bedoeld voor de doelgroep, hetgeen goed herkenbaar is in de communicatie; de dienstverlening en het aanbod maken gebruik van de laatste technologische ontwikkelingen; de dienstverlening en het aanbod zijn afgestemd op de vraag van de doelgroep; het verhogen van het bereik en gebruik hebben continue aandacht; en er is afstemming met de producerende partijen over vraag en aanbod. 2. De subsidieontvanger: heeft aantoonbare kennis en kunde op het gebied van een bibliotheekvoorziening voor noodzakelijk omgezette werken voor de doelgroep; is gecertificeerd door de CBCT of kan aantonen aan de CBCT-eisen te voldoen en is bereid om certificering aan te vragen; en is een toegelaten entiteit. 3. Voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in het eerste lid wordt jaarlijks maximaal aan één instelling een subsidie verleend. 4. Bij de verdeling van het beschikbare budget wordt voorrang gegeven aan instellingen die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regels de in het eerste lid bedoelde activiteiten uitvoeren. 5. Indien een instelling voor de eerste maal een aanvraag voor subsidie indient, worden daarbij de statuten overgelegd. De subsidieontvanger stelt het Algemeen Bestuurscollege op de hoogte van een wijziging van de statuten. 6. Het activiteitenplan inclusief een plan voor doorontwikkeling, dat bij de aanvraag wordt ingediend, is voor indiening voorgelegd aan de Lezersraad. Voor zover het projecten doorontwikkeling ICT-infrastructuur betreft, zijn deze afgestemd met de andere betrokken partijen. 7. De bij de aanvraag overgelegde begroting is sluitend. 8. Subsidie wordt verstrekt voor de rechtstreeks aan de activiteiten toe te rekenen kosten, voor zover deze naar het oordeel van het Algemeen Bestuurscollege noodzakelijk, sober en doelmatig zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel