Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Gevolgen van splitsing

Onderdeel van Regeling financiële ondersteuning fracties en groepen Tweede Kamer 2023· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2024

1. Bij een splitsing bedraagt de gezamenlijke bijdrage aan de stichtingen behorende bij de nieuwgevormde fracties tijdens de resterende periode van de zitting ten hoogste de bijdrage aan de stichting behorende bij de oorspronkelijke fractie, en geschiedt de verdeling van de oorspronkelijke bijdrage tussen de betrokken stichtingen naar evenredigheid van het zeteltal van elk van de nieuwgevormde fracties in verhouding tot het zeteltal van de oorspronkelijke fractie. Artikel 3, zesde en zevende lid, is gedurende de resterende periode van de zitting niet op de nieuwgevormde fracties van toepassing. De verdeling van de bonuszetel van de oorspronkelijke fractie tussen de nieuwgevormde fracties geschiedt naar evenredigheid van het zeteltal van elk van de nieuwgevormde fracties in verhouding tot het zeteltal van de oorspronkelijke fractie. 2. Bij een splitsing worden alle vermogensbestanddelen van de stichting behorende bij de oorspronkelijke fractie, voor zover in redelijkheid mogelijk, verdeeld naar evenredigheid van het zeteltal van elk van de nieuwgevormde fracties in verhouding tot het zeteltal van de oorspronkelijke fractie. Hiertoe maakt het bestuur van de stichting behorende bij de oorspronkelijke fractie een tussentijdse vermogensopstelling op, als ware er sprake van een vereffening van de stichting. De vermogensopstelling wordt opgemaakt met inachtneming van de indeling en de waarderingsmethoden die in de laatst vastgestelde verantwoording zijn toegepast, tenzij daarvan gemotiveerd wordt afgeweken op de grond dat de actuele waarde belangrijk afwijkt van de boekwaarde. De stichting behorende bij de oorspronkelijke fractie draagt het aldus berekende, evenredige deel van de vermogensbestanddelen onverwijld over aan de stichting(en) behorende bij de nieuwgevormde fracties.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel