Wanneer een verzoek of aangifte is gedaan met het oog op doorhaling van de teboekstelling van een luchtvaartuig, behalve in het geval, genoemd in artikel 1304, het eerste lid, onderdeel b, onder 4°, van boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES, geeft de bewaarder hieraan slechts gevolg, indien geen inschrijvingen of voorlopige aantekeningen ten gunste van derden betreffende het luchtvaartuig bestaan of, indien zodanige inschrijvingen of voorlopige aantekeningen wel bestaan, geen van deze derden zich tegen doorhaling verzet.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.6
Rechten van derden
Onderdeel van Beleidsregels teboekstelling privéschepen en luchtvaartuigen BES· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 5 juli 2024