**1.** Het fonds betaalt in januari van het eerste kalenderjaar van de subsidieperiode 40% van het totaal toegekende bedrag over de periode van twee jaar als voorschot uit. In het tweede kalenderjaar van de subsidieperiode volgt een tweede voorschot van 50% van het totaal toegekende bedrag. Het resterende deel wordt na het besluit tot vaststelling van de subsidie uitbetaald.
**2.** In oktober van het eerste kalenderjaar van de subsidieperiode wordt een uitgewerkt activiteitenprogramma inclusief begroting met het fonds gedeeld voor het tweede kalenderjaar van de subsidieperiode. Daarbij kan het op grond van deze regeling gevraagde bedrag niet hoger zijn dan het in het eerste jaar van de subsidieperiode toegekende bedrag.
**3.** In de maand november of december van het eerste jaar van de subsidieperiode wordt een monitorgesprek ingepland. In dit gesprek komen ten minste aan bod:
de status van de uitvoering van het activiteitenprogramma;
wat het programma teweegbrengt bij het publiek of deelnemers;
de ingediende begroting voor het tweede jaar van de subsidieperiode; en
de voortgang op de onderwerpen fair practice, govenance structuur en diversiteit en inclusie.
**4.** In januari van het tweede kalenderjaar van de subsidieperiode wordt het tweede voorschot overgemaakt, tenzij uit het monitorgesprek blijkt dat de instelling niet langer kan voldoen aan de subsidievoorwaarden.
**5.** Als de subsidie wordt gewijzigd op grond van artikel 16, eerste lid, wordt de hoogte van de bevoorschotting overeenkomstig de wijziging aangepast.
Hoofdstuk 4
Artikel 17
Voorschotten en monitorgesprek
Onderdeel van Regeling Activiteitenprogramma’s creatieve industrie· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 10 juli 2024